Ablack

Lëtzebuergesch
English
moment [instant]; moment [point in time]
Français
instant [durée très courte]; moment [espace de temps précis]
Deutsch
Augenblick; Moment [Zeitpunkt]
Woordsoort
SUBST M
Meervoud
Ablécker

Uitspraak (IPA)

[ɑblˈɑk]

Spellingvarianten

Alleen door de bron gecontroleerde varianten worden voorgesteld.

  • Ablack
  • Ablécker

→