aspanen
Lëtzebuergesch
- English
- to clamp; to rope in
- Français
- serrer; mettre à contribution
- Deutsch
- einspannen; einsetzen
- Woordsoort
- VRB
- Hulpwerkwoord
- hunn
- Voltooid deelwoord
- agespaant
Uitspraak (IPA)
[ˈɑʃpaːnən]
Betekenissen en vertalingen
Betekenis 1
- Deutsch
- einspannen (ein Gerät, ein Werkstück)
- Français
- fixer; serrer (un outil, une pièce à façonner)
- English
- to clamp (to fasten)
- Português
- apertar; fixar (um utensílio, uma peça por acabar)
- Nederlands
- vastzetten (een werkstuk)
Betekenis 2
- Deutsch
- einspannen; einsetzen (beanspruchen)
- Français
- mettre à contribution (une personne)
- English
- to rope in
- Português
- chamar; pôr a trabalhar (para um trabalho)
- Nederlands
- aan het werk zetten
Spellingvarianten
Alleen door de bron gecontroleerde varianten worden voorgesteld.
- agespaant
- agespaantem
- agespaanten
- agespaanter
- anzespanen
- aspaans
- aspaant
- aspanen
Voorbeeldzinnen
span d'Staang an de Schraufstack an !
Betekenis 1: vastzetten
de Schmadd huet d'Eisen agespaant a mat engem schwéieren Hummer dropgeschloen
Betekenis 1: vastzetten
hie gouf iwwerall do agespaant , wou déi schwéiersten Aarbechten ze maache waren
Betekenis 2: aan het werk zetten
Werkwoordvervoeging
- Infinitief
- aspanen
- Voltooid deelwoord
- agespaant
- Hulpwerkwoord
- hunn
Aantonende wijs · Tegenwoordige tijd
- ech
- spanen an
- du
- spaans an
- hien / hatt / si
- spaant an
- mir
- spanen an
- dir
- spaant an
- si
- spanen an
Aantonende wijs · Voltooid tegenwoordige tijd
- ech
- hunn agespaant
- du
- hues agespaant
- hien / hatt / si
- huet agespaant
- mir
- hunn agespaant
- dir
- hutt agespaant
- si
- hunn agespaant
Aantonende wijs · Voltooid verleden tijd
- ech
- hat agespaant
- du
- has agespaant
- hien / hatt / si
- hat agespaant
- mir
- haten agespaant
- dir
- hat agespaant
- si
- haten agespaant
Voorwaardelijke wijs · Tegenwoordige tijd
- ech
- géif / géing aspanen
- du
- géifs / géings aspanen
- hien / hatt / si
- géif / géing aspanen
- mir
- géifen / géingen aspanen
- dir
- géift / géingt aspanen
- si
- géifen / géingen aspanen
Voorwaardelijke wijs · Verleden tijd
- ech
- hätt agespaant
- du
- häss agespaant
- hien / hatt / si
- hätt agespaant
- mir
- hätten agespaant
- dir
- hätt agespaant
- si
- hätten agespaant
Gebiedende wijs · Tegenwoordige tijd
- du
- span an!
- dir
- spaant an!
Bron: ZLS / LOD · juli 2026 · CC0
→