Ausflug

Lëtzebuergesch
English
trip
Français
excursion
Deutsch
Ausflug [Spazierfahrt]
Woordsoort
SUBST M
Meervoud
Ausflig

Uitspraak (IPA)

[ˈæːʊsfluχ]

Spellingvarianten

Alleen door de bron gecontroleerde varianten worden voorgesteld.

  • Ausflig
  • Ausflug

→