auspompelen

Lëtzebuergesch
English
to pump out
Français
pomper
Deutsch
auspumpen
Woordsoort
VRB
Hulpwerkwoord
hunn
Voltooid deelwoord
ausgepompelt

Uitspraak (IPA)

[ˈæːʊspompələn]

Betekenissen en vertalingen

Betekenis 1

Deutsch
auspumpen (leer pumpen)
Français
pomper (vider en pompant)
English
to pump out (to empty)
Português
esvaziar; fazer uma aspiração a (por meio de bomba)
Nederlands
leegpompen

Betekenis 2

Deutsch
auspumpen (herauspumpen)
Français
pomper (aspirer avec une pompe)
English
to pump out (a liquid)
Português
bombear (aspirar por meio de bomba)
Nederlands
wegpompen; uitpompen

Gebruiksnotities

Spellingvarianten

Alleen door de bron gecontroleerde varianten worden voorgesteld.

  • ausgepompelt
  • ausgepompeltem
  • ausgepompelten
  • ausgepompelter
  • auspompelen
  • auspompels
  • auspompelt
  • auszepompelen

Voorbeeldzinnen

  1. nom Donnerwieder hunn d'Pompjeeën d'Kelleren ausgepompelt

    Betekenis 1: leegpompen

  2. den Dokter pompelt dem Kand de Mo aus

    Betekenis 1: leegpompen

  3. ech fille mech ewéi ausgepompelt

    spreektaal

    Betekenis 1: leegpompen

  4. mir loossen eng Firma kommen, fir de Bulli an der Garage auszepompelen

    Betekenis 2: wegpompen; uitpompen

Werkwoordvervoeging

Infinitief
auspompelen
Voltooid deelwoord
ausgepompelt
Hulpwerkwoord
hunn
Aantonende wijs · Tegenwoordige tijd
ech
pompelen aus
du
pompels aus
hien / hatt / si
pompelt aus
mir
pompelen aus
dir
pompelt aus
si
pompelen aus
Aantonende wijs · Voltooid tegenwoordige tijd
ech
hunn ausgepompelt
du
hues ausgepompelt
hien / hatt / si
huet ausgepompelt
mir
hunn ausgepompelt
dir
hutt ausgepompelt
si
hunn ausgepompelt
Aantonende wijs · Voltooid verleden tijd
ech
hat ausgepompelt
du
has ausgepompelt
hien / hatt / si
hat ausgepompelt
mir
haten ausgepompelt
dir
hat ausgepompelt
si
haten ausgepompelt
Voorwaardelijke wijs · Tegenwoordige tijd
ech
géif / géing auspompelen
du
géifs / géings auspompelen
hien / hatt / si
géif / géing auspompelen
mir
géifen / géingen auspompelen
dir
géift / géingt auspompelen
si
géifen / géingen auspompelen
Voorwaardelijke wijs · Verleden tijd
ech
hätt ausgepompelt
du
häss ausgepompelt
hien / hatt / si
hätt ausgepompelt
mir
hätten ausgepompelt
dir
hätt ausgepompelt
si
hätten ausgepompelt
Gebiedende wijs · Tegenwoordige tijd
du
pompel aus!
dir
pompelt aus!

Bron: ZLS / LOD · juli 2026 · CC0

→