Bazar

Lëtzebuergesch
English
bazaar [market]; bazaar [fund-raising sale]; junk [belongings]
Français
bazar [marché]; vente de charité; bazar [bric-à-brac]
Deutsch
Basar [Markt]; Basar [Wohltätigkeitsverkauf]; Plunder [Gerümpel]
Woordsoort
SUBST M
Meervoud
Bazaren

Uitspraak (IPA)

[bˈɑzaːʀ]

Spellingvarianten

Alleen door de bron gecontroleerde varianten worden voorgesteld.

  • Bazar
  • Bazaren

→