befalen
Lëtzebuergesch
- English
- to contaminate
- Français
- attaquer
- Deutsch
- befallen
- Woordsoort
- VRB
- Hulpwerkwoord
- hunn
- Voltooid deelwoord
- befall
Uitspraak (IPA)
[bəfˈaːlən]
Betekenissen en vertalingen
Betekenis 1
- Deutsch
- befallen (Krankheit, Schädling)
- Français
- infester; attaquer
- English
- to infest; to contaminate
- Português
- infestar; atacar
- Nederlands
- aantasten; krijgen (door schimmels, door luizen; uitslag, koorts)
Spellingvarianten
Alleen door de bron gecontroleerde varianten worden voorgesteld.
- befalen
- befall
- befält
- beféil
- beféilen
- befoul
- befoulen
Voorbeeldzinnen
bei waarmem, fiichtem Wieder ginn d'Riewen nawell gär vun engem Pilz befall
Betekenis: aantasten; krijgen
Werkwoordvervoeging
- Infinitief
- befalen
- Voltooid deelwoord
- befall
- Hulpwerkwoord
- hunn
Aantonende wijs · Tegenwoordige tijd
- hien / hatt / si
- befält
- si
- befalen
Aantonende wijs · Onvoltooid verleden tijd
- hien / hatt / si
- befoul
- si
- befoulen
Aantonende wijs · Voltooid tegenwoordige tijd
- hien / hatt / si
- huet befall
- si
- hu befall
Aantonende wijs · Voltooid verleden tijd
- hien / hatt / si
- hat befall
- si
- hate befall
Voorwaardelijke wijs · presentSimple
- hien / hatt / si
- beféil
- si
- beféilen
Voorwaardelijke wijs · Tegenwoordige tijd
- hien / hatt / si
- géif / géing befalen
- si
- géifen / géinge befalen
Voorwaardelijke wijs · Verleden tijd
- hien / hatt / si
- hätt befall
- si
- hätte befall
Bron: ZLS / LOD · juli 2026 · CC0
→