begladderen

Lëtzebuergesch
English
to splotch
Français
souiller
Deutsch
beklecksen
Woordsoort
VRB
Synoniem
besabbelen; besuddelen
Hulpwerkwoord
hunn
Voltooid deelwoord
begladdert

Uitspraak (IPA)

[bəɡlˈɑdəʀən]

Betekenissen en vertalingen

Betekenis 1

spreektaal

Deutsch
beklecksen
Français
salir; souiller
English
to splotch
Português
sujar; manchar
Nederlands
kliederen op (knoeien op)

Synoniemen

besabbelen · besuddelen

Gebruiksnotities

Spellingvarianten

Alleen door de bron gecontroleerde varianten worden voorgesteld.

  • begladder
  • begladderen
  • begladders
  • begladdert
  • begladdertem
  • begladderten
  • begladderter

Voorbeeldzinnen

  1. ëmmer wann hien Tomatenzooss ësst, begladdert e säin Hiem

    spreektaal

    Betekenis: kliederen op

  2. hien huet seng Box mat Faarf begladdert

    spreektaal

    Betekenis: kliederen op

Werkwoordvervoeging

Infinitief
begladderen
Voltooid deelwoord
begladdert
Hulpwerkwoord
hunn
Aantonende wijs · Tegenwoordige tijd
ech
begladderen
du
begladders
hien / hatt / si
begladdert
mir
begladderen
dir
begladdert
si
begladderen
Aantonende wijs · Voltooid tegenwoordige tijd
ech
hu begladdert
du
hues begladdert
hien / hatt / si
huet begladdert
mir
hu begladdert
dir
hutt begladdert
si
hu begladdert
Aantonende wijs · Voltooid verleden tijd
ech
hat begladdert
du
has begladdert
hien / hatt / si
hat begladdert
mir
hate begladdert
dir
hat begladdert
si
hate begladdert
Voorwaardelijke wijs · Tegenwoordige tijd
ech
géif / géing begladderen
du
géifs / géings begladderen
hien / hatt / si
géif / géing begladderen
mir
géifen / géinge begladderen
dir
géift / géingt begladderen
si
géifen / géinge begladderen
Voorwaardelijke wijs · Verleden tijd
ech
hätt begladdert
du
häss begladdert
hien / hatt / si
hätt begladdert
mir
hätte begladdert
dir
hätt begladdert
si
hätte begladdert
Gebiedende wijs · Tegenwoordige tijd
du
begladder!
dir
begladdert!

Bron: ZLS / LOD · juli 2026 · CC0

→