bepissen
Lëtzebuergesch
- English
- to pee on
- Français
- pisser sur
- Deutsch
- bepissen
- Woordsoort
- VRB
- Hulpwerkwoord
- hunn
- Voltooid deelwoord
- bepisst
Uitspraak (IPA)
[bəpˈisən]
Betekenissen en vertalingen
Betekenis 1
spreektaal
- Deutsch
- bepissen
- Français
- pisser sur
- English
- to pee on
- Português
- mijar (expelir urina sobre)
- Nederlands
- onderpiesen; plassen op
Spellingvarianten
Alleen door de bron gecontroleerde varianten worden voorgesteld.
- bepiss
- bepissen
- bepisst
- bepisstem
- bepissten
- bepisster
Voorbeeldzinnen
de klenge Bouf huet den Toilettendeckel bepisst
spreektaal
Betekenis: onderpiesen; plassen op
Werkwoordvervoeging
- Infinitief
- bepissen
- Voltooid deelwoord
- bepisst
- Hulpwerkwoord
- hunn
Aantonende wijs · Tegenwoordige tijd
- ech
- bepissen
- du
- bepiss
- hien / hatt / si
- bepisst
- mir
- bepissen
- dir
- bepisst
- si
- bepissen
Aantonende wijs · Voltooid tegenwoordige tijd
- ech
- hu bepisst
- du
- hues bepisst
- hien / hatt / si
- huet bepisst
- mir
- hu bepisst
- dir
- hutt bepisst
- si
- hu bepisst
Aantonende wijs · Voltooid verleden tijd
- ech
- hat bepisst
- du
- has bepisst
- hien / hatt / si
- hat bepisst
- mir
- hate bepisst
- dir
- hat bepisst
- si
- hate bepisst
Voorwaardelijke wijs · Tegenwoordige tijd
- ech
- géif / géing bepissen
- du
- géifs / géings bepissen
- hien / hatt / si
- géif / géing bepissen
- mir
- géifen / géinge bepissen
- dir
- géift / géingt bepissen
- si
- géifen / géinge bepissen
Voorwaardelijke wijs · Verleden tijd
- ech
- hätt bepisst
- du
- häss bepisst
- hien / hatt / si
- hätt bepisst
- mir
- hätte bepisst
- dir
- hätt bepisst
- si
- hätte bepisst
Gebiedende wijs · Tegenwoordige tijd
- du
- bepiss!
- dir
- bepisst!
Bron: ZLS / LOD · juli 2026 · CC0
→