beweisen

Lëtzebuergesch
English
to prove
Français
démontrer; montrer
Deutsch
beweisen
Woordsoort
VRB
Hulpwerkwoord
hunn
Voltooid deelwoord
bewisen

Uitspraak (IPA)

[bəvˈɑɪzən]

Betekenissen en vertalingen

Betekenis 1

Deutsch
beweisen (nachweisen)
Français
prouver; démontrer
English
to prove (to establish)
Português
provar; demonstrar
Nederlands
bewijzen; aantonen

Betekenis 2

Deutsch
beweisen (erkennen lassen)
Français
montrer (mettre en évidence, faire paraître)
English
to prove (to show)
Português
mostrar; evidenciar
Nederlands
laten zien (eruit kunnen opmaken)
Spellingvarianten

Alleen door de bron gecontroleerde varianten worden voorgesteld.

  • beweis
  • beweisen
  • beweist
  • bewisen

Voorbeeldzinnen

  1. beweis mir, datt s du dee Kuch eleng gebak hues!

    Betekenis 1: bewijzen; aantonen

  2. d'Tester hu bewisen , datt d'Substanz net gëfteg ass

    Betekenis 1: bewijzen; aantonen

  3. der Vendeuse hir Reaktioun beweist , datt si kee Spaass versteet

    Betekenis 2: laten zien

Werkwoordvervoeging

Infinitief
beweisen
Voltooid deelwoord
bewisen
Hulpwerkwoord
hunn
Aantonende wijs · Tegenwoordige tijd
ech
beweisen
du
beweis
hien / hatt / si
beweist
mir
beweisen
dir
beweist
si
beweisen
Aantonende wijs · Voltooid tegenwoordige tijd
ech
hu bewisen
du
hues bewisen
hien / hatt / si
huet bewisen
mir
hu bewisen
dir
hutt bewisen
si
hu bewisen
Aantonende wijs · Voltooid verleden tijd
ech
hat bewisen
du
has bewisen
hien / hatt / si
hat bewisen
mir
hate bewisen
dir
hat bewisen
si
hate bewisen
Voorwaardelijke wijs · Tegenwoordige tijd
ech
géif / géing beweisen
du
géifs / géings beweisen
hien / hatt / si
géif / géing beweisen
mir
géifen / géinge beweisen
dir
géift / géingt beweisen
si
géifen / géinge beweisen
Voorwaardelijke wijs · Verleden tijd
ech
hätt bewisen
du
häss bewisen
hien / hatt / si
hätt bewisen
mir
hätte bewisen
dir
hätt bewisen
si
hätte bewisen
Gebiedende wijs · Tegenwoordige tijd
du
beweis!
dir
beweist!

Bron: ZLS / LOD · juli 2026 · CC0

→