Costume

Lëtzebuergesch
English
suit [set of clothes]; costume [stage clothes, fancy dress]
Français
costume [complet]; costume [de scène, de déguisement]
Deutsch
Anzug [Herrenkleidung]; Kostüm [Bühnenkleidung, Verkleidung]
Woordsoort
SUBST M
Meervoud
Costumer; Costumen

Uitspraak (IPA)

[kˈostym]

Spellingvarianten

Alleen door de bron gecontroleerde varianten worden voorgesteld.

  • Costume
  • Costumen
  • Costumer

→