ditzen

Lëtzebuergesch
English
to rush
Français
se précipiter
Deutsch
flitzen
Woordsoort
VRB
Synoniem
jauwen; jitzen; rennen; crossen
Hulpwerkwoord
sinn
Voltooid deelwoord
geditzt

Uitspraak (IPA)

[dˈitsən]

Betekenissen en vertalingen

Betekenis 1

spreektaal

Deutsch
wetzen; flitzen
Français
foncer; se précipiter
English
to dash; to rush
Português
correr depressa; precipitar-se
Nederlands
hollen; rennen

Synoniemen

crossen · jauwen · rennen

Spellingvarianten

Alleen door de bron gecontroleerde varianten worden voorgesteld.

  • ditz
  • ditzen
  • ditzt
  • geditzt

Voorbeeldzinnen

  1. mir sinn nom Iessen op d'Gare geditzt , fir den Zuch ze kréien

    spreektaal

    Betekenis: hollen; rennen

Werkwoordvervoeging

Infinitief
ditzen
Voltooid deelwoord
geditzt
Hulpwerkwoord
sinn
Aantonende wijs · Tegenwoordige tijd
ech
ditzen
du
ditz
hien / hatt / si
ditzt
mir
ditzen
dir
ditzt
si
ditzen
Aantonende wijs · Voltooid tegenwoordige tijd
ech
si geditzt
du
bass geditzt
hien / hatt / si
ass geditzt
mir
si geditzt
dir
sidd geditzt
si
si geditzt
Aantonende wijs · Voltooid verleden tijd
ech
war geditzt
du
waars geditzt
hien / hatt / si
war geditzt
mir
ware geditzt
dir
waart geditzt
si
ware geditzt
Voorwaardelijke wijs · Tegenwoordige tijd
ech
géif / géing ditzen
du
géifs / géings ditzen
hien / hatt / si
géif / géing ditzen
mir
géifen / géingen ditzen
dir
géift / géingt ditzen
si
géifen / géingen ditzen
Voorwaardelijke wijs · Verleden tijd
ech
wier geditzt
du
wiers geditzt
hien / hatt / si
wier geditzt
mir
wiere geditzt
dir
wiert geditzt
si
wiere geditzt
Gebiedende wijs · Tegenwoordige tijd
du
ditz!
dir
ditzt!

Bron: ZLS / LOD · juli 2026 · CC0

→