dreemen

Lëtzebuergesch
English
to dream; to dream (of); to dream of; to daydream
Français
rêver; rêver (de); rêver de; être dans la lune
Deutsch
träumen; träumen (von); träumen von
Woordsoort
VRB
Hulpwerkwoord
hunn
Voltooid deelwoord
gedreemt

Uitspraak (IPA)

[dʀˈeːmən]

Betekenissen en vertalingen

Betekenis 1

Deutsch
träumen (im Schlaf)
Français
rêver (en dormant)
English
to dream (during sleep)
Português
sonhar (durante o sono)
Nederlands
dromen (tijdens de slaap)

Betekenis 2

Deutsch
träumen (von) (im Schlaf)
Français
rêver (de) (en dormant)
English
to dream (of) (during sleep)
Português
sonhar (com) (durante o sono)
Nederlands
dromen (van) (tijdens de slaap)

Betekenis 3

Deutsch
einen Albtraum haben
Français
faire un cauchemar
English
to have a nightmare; to have a bad dream
Português
ter um pesadelo
Nederlands
een nachtmerrie hebben

Betekenis 4

Deutsch
träumen von (sich wünschen)
Français
rêver de (désirer, imaginer)
English
to dream of (to wish, to imagine)
Português
sonhar (com) (desejar, imaginar)
Nederlands
dromen van (graag willen)

Betekenis 5

Deutsch
träumen (in Gedanken versunken sein)
Français
rêver; être dans la lune
English
to daydream
Português
sonhar acordado; estar na lua
Nederlands
(dag)dromen (in gedachten verzonken zijn)

Gebruiksnotities

Spellingvarianten

Alleen door de bron gecontroleerde varianten worden voorgesteld.

  • dreem
  • dreeme vun
  • dreemen
  • dreemen (vun)
  • dreems
  • dreemt
  • ellen dreemen
  • gedreemt
  • gedreemtem
  • gedreemten
  • gedreemter
  • schlecht dreemen

Voorbeeldzinnen

  1. ech dreemen déi lescht Zäit ëmmer nees dat selwecht

    Betekenis 1: dromen

  2. eise Bouf dreemt nuets dacks vum Kleeschen

    Betekenis 2: dromen (van)

  3. ech hunn hënt schlecht gedreemt

    Betekenis 3: een nachtmerrie hebben

  4. mäin Noper dreemt dervun, eng Kéier eng Weltrees ze maachen

    Betekenis 4: dromen van

  5. dovu kann een nëmmen dreemen !

    Betekenis 4: dromen van

  6. déi verléifte Schülerin dreemt an der Schoul, amplaz opzepassen

    Betekenis 5: (dag)dromen

  7. dreem net, wann s de iwwer d'Strooss gees!

    Betekenis 5: (dag)dromen

Werkwoordvervoeging

Infinitief
dreemen
Voltooid deelwoord
gedreemt
Hulpwerkwoord
hunn
Aantonende wijs · Tegenwoordige tijd
ech
dreemen
du
dreems
hien / hatt / si
dreemt
mir
dreemen
dir
dreemt
si
dreemen
Aantonende wijs · Voltooid tegenwoordige tijd
ech
hu gedreemt
du
hues gedreemt
hien / hatt / si
huet gedreemt
mir
hu gedreemt
dir
hutt gedreemt
si
hu gedreemt
Aantonende wijs · Voltooid verleden tijd
ech
hat gedreemt
du
has gedreemt
hien / hatt / si
hat gedreemt
mir
hate gedreemt
dir
hat gedreemt
si
hate gedreemt
Voorwaardelijke wijs · Tegenwoordige tijd
ech
géif / géing dreemen
du
géifs / géings dreemen
hien / hatt / si
géif / géing dreemen
mir
géifen / géingen dreemen
dir
géift / géingt dreemen
si
géifen / géingen dreemen
Voorwaardelijke wijs · Verleden tijd
ech
hätt gedreemt
du
häss gedreemt
hien / hatt / si
hätt gedreemt
mir
hätte gedreemt
dir
hätt gedreemt
si
hätte gedreemt
Gebiedende wijs · Tegenwoordige tijd
du
dreem!
dir
dreemt!

Bron: ZLS / LOD · juli 2026 · CC0

→