ëmsteigen

Lëtzebuergesch
English
to change; to switch
Français
prendre une correspondance; changer de préférence
Deutsch
umsteigen
Woordsoort
VRB
Synoniem
ëmklammen
Hulpwerkwoord
sinn
Voltooid deelwoord
ëmgestigen

Uitspraak (IPA)

[ˈəmʃtɑɪʑən]

Betekenissen en vertalingen

Betekenis 1

Deutsch
umsteigen (zwischen öffentlichen Verkehrsmitteln)
Français
changer; prendre une correspondance (de ligne, de moyen de transport)
English
to change (between means of public transport)
Português
mudar; fazer transbordo (de linha, de meio de transporte)
Nederlands
overstappen (in het openbaar vervoer)

Synoniemen

ëmklammen

Betekenis 2

Deutsch
umsteigen (zu etwas anderem übergehen)
Français
changer de métier; changer de carrière; changer de préférence
English
to change; to switch (career, preference)
Português
mudar de profissão; mudar de carreira; mudar de preferência
Nederlands
overstappen; overschakelen; omschakelen (van beroep, van voorkeur; van de productie)

Synoniemen

ëmklammen

Spellingvarianten

Alleen door de bron gecontroleerde varianten worden voorgesteld.

  • ëmgestigen
  • ëmsteigen
  • ëmsteigs
  • ëmsteigt
  • ëmzesteigen

Voorbeeldzinnen

  1. wann ech mam Bus op d'Aarbecht fueren, muss ech zweemol ëmsteigen

    Betekenis 1: overstappen

  2. mäi Monni ass vu Banquier op Leeëndecker ëmgestigen

    Betekenis 2: overstappen; overschakelen; omschakelen

Werkwoordvervoeging

Infinitief
ëmsteigen
Voltooid deelwoord
ëmgestigen
Hulpwerkwoord
sinn
Aantonende wijs · Tegenwoordige tijd
ech
steigen ëm
du
steigs ëm
hien / hatt / si
steigt ëm
mir
steigen ëm
dir
steigt ëm
si
steigen ëm
Aantonende wijs · Voltooid tegenwoordige tijd
ech
sinn ëmgestigen
du
bass ëmgestigen
hien / hatt / si
ass ëmgestigen
mir
sinn ëmgestigen
dir
sidd ëmgestigen
si
sinn ëmgestigen
Aantonende wijs · Voltooid verleden tijd
ech
war ëmgestigen
du
waars ëmgestigen
hien / hatt / si
war ëmgestigen
mir
waren ëmgestigen
dir
waart ëmgestigen
si
waren ëmgestigen
Voorwaardelijke wijs · Tegenwoordige tijd
ech
géif / géing ëmsteigen
du
géifs / géings ëmsteigen
hien / hatt / si
géif / géing ëmsteigen
mir
géifen / géingen ëmsteigen
dir
géift / géingt ëmsteigen
si
géifen / géingen ëmsteigen
Voorwaardelijke wijs · Verleden tijd
ech
wier ëmgestigen
du
wiers ëmgestigen
hien / hatt / si
wier ëmgestigen
mir
wieren ëmgestigen
dir
wiert ëmgestigen
si
wieren ëmgestigen
Gebiedende wijs · Tegenwoordige tijd
du
steig ëm!
dir
steigt ëm!

Bron: ZLS / LOD · juli 2026 · CC0

→