eropklammen
Lëtzebuergesch
- English
- to climb up
- Français
- grimper
- Deutsch
- hinaufsteigen
- Woordsoort
- VRB
- Synoniem
- eropkloteren
- Hulpwerkwoord
- sinn
- Voltooid deelwoord
- eropgeklommen; eropgeklomm
Uitspraak (IPA)
[əʀˈopklɑmən]
Betekenissen en vertalingen
Betekenis 1
- Deutsch
- heraufklettern; hinaufklettern; heraufsteigen; hinaufsteigen
- Français
- monter; grimper
- English
- to climb up
- Português
- subir; trepar
- Nederlands
- opklimmen; naar boven klimmen
Synoniemen
eropkloteren
Spellingvarianten
Alleen door de bron gecontroleerde varianten worden voorgesteld.
- eropgeklomm
- eropgeklommen
- eropklammen
- eropklammt
- eropklëmms
- eropklëmmt
- eropzeklammen
Voorbeeldzinnen
d'Kaz klëmmt de Bam erop
Betekenis: opklimmen; naar boven klimmen
waart, bis ech um Päerd sinn, da klëmms de och erop
Betekenis: opklimmen; naar boven klimmen
Werkwoordvervoeging
- Infinitief
- eropklammen
- Voltooid deelwoord
- eropgeklommen / eropgeklomm
- Hulpwerkwoord
- sinn
Aantonende wijs · Tegenwoordige tijd
- ech
- klammen erop
- du
- klëmms erop
- hien / hatt / si
- klëmmt erop
- mir
- klammen erop
- dir
- klammt erop
- si
- klammen erop
Aantonende wijs · Voltooid tegenwoordige tijd
- ech
- sinn eropgeklommen / eropgeklomm
- du
- bass eropgeklommen / eropgeklomm
- hien / hatt / si
- ass eropgeklommen / eropgeklomm
- mir
- sinn eropgeklommen / eropgeklomm
- dir
- sidd eropgeklommen / eropgeklomm
- si
- sinn eropgeklommen / eropgeklomm
Aantonende wijs · Voltooid verleden tijd
- ech
- war eropgeklommen / eropgeklomm
- du
- waars eropgeklommen / eropgeklomm
- hien / hatt / si
- war eropgeklommen / eropgeklomm
- mir
- waren eropgeklommen / eropgeklomm
- dir
- waart eropgeklommen / eropgeklomm
- si
- waren eropgeklommen / eropgeklomm
Voorwaardelijke wijs · Tegenwoordige tijd
- ech
- géif / géing eropklammen
- du
- géifs / géings eropklammen
- hien / hatt / si
- géif / géing eropklammen
- mir
- géifen / géingen eropklammen
- dir
- géift / géingt eropklammen
- si
- géifen / géingen eropklammen
Voorwaardelijke wijs · Verleden tijd
- ech
- wier eropgeklommen / eropgeklomm
- du
- wiers eropgeklommen / eropgeklomm
- hien / hatt / si
- wier eropgeklommen / eropgeklomm
- mir
- wieren eropgeklommen / eropgeklomm
- dir
- wiert eropgeklommen / eropgeklomm
- si
- wieren eropgeklommen / eropgeklomm
Gebiedende wijs · Tegenwoordige tijd
- du
- klamm erop!
- dir
- klammt erop!
Bron: ZLS / LOD · juli 2026 · CC0
→