eroplafen

Lëtzebuergesch
English
to run up
Français
monter (en courant)
Deutsch
hinauflaufen
Woordsoort
VRB
Hulpwerkwoord
sinn
Voltooid deelwoord
eropgelaf

Uitspraak (IPA)

[əʀˈoplaːfən]

Betekenissen en vertalingen

Betekenis 1

Deutsch
herauflaufen; hinauflaufen
Français
monter (en courant)
English
to run up
Português
subir (a correr)
Nederlands
naar boven rennen ((een helling) op rennen)

Gebruiksnotities

Spellingvarianten

Alleen door de bron gecontroleerde varianten worden voorgesteld.

  • eropgelaf
  • eroplaaft
  • eroplafen
  • eropleefs
  • eropleeft
  • eropzelafen

Voorbeeldzinnen

  1. d'Kanner sinn de Bierg eropgelaf , esoubal se déi éischt Ballone gesinn hunn

    Betekenis: naar boven rennen

Werkwoordvervoeging

Infinitief
eroplafen
Voltooid deelwoord
eropgelaf
Hulpwerkwoord
sinn
Aantonende wijs · Tegenwoordige tijd
ech
lafen erop
du
leefs erop
hien / hatt / si
leeft erop
mir
lafen erop
dir
laaft erop
si
lafen erop
Aantonende wijs · Voltooid tegenwoordige tijd
ech
sinn eropgelaf
du
bass eropgelaf
hien / hatt / si
ass eropgelaf
mir
sinn eropgelaf
dir
sidd eropgelaf
si
sinn eropgelaf
Aantonende wijs · Voltooid verleden tijd
ech
war eropgelaf
du
waars eropgelaf
hien / hatt / si
war eropgelaf
mir
waren eropgelaf
dir
waart eropgelaf
si
waren eropgelaf
Voorwaardelijke wijs · Tegenwoordige tijd
ech
géif / géing eroplafen
du
géifs / géings eroplafen
hien / hatt / si
géif / géing eroplafen
mir
géifen / géingen eroplafen
dir
géift / géingt eroplafen
si
géifen / géingen eroplafen
Voorwaardelijke wijs · Verleden tijd
ech
wier eropgelaf
du
wiers eropgelaf
hien / hatt / si
wier eropgelaf
mir
wieren eropgelaf
dir
wiert eropgelaf
si
wieren eropgelaf
Gebiedende wijs · Tegenwoordige tijd
du
laf erop!
dir
laaft erop!

Bron: ZLS / LOD · juli 2026 · CC0

→