erwiederen

Lëtzebuergesch
English
to tell off, to scold
Français
blâmer, gronder
Deutsch
ausschimpfen
Woordsoort
VRB
Synoniem
vernennen; zesummestauchen
Hulpwerkwoord
hunn
Voltooid deelwoord
erwiedert

Uitspraak (IPA)

[ɐvˈiədəʀən]

Betekenissen en vertalingen

Betekenis 1

Deutsch
ausschimpfen
Français
blâmer; gronder
English
to tell off; to scold
Português
repreender; ralhar com
Nederlands
een uitbrander geven; uitschelden

Synoniemen

vernennen · zesummestauchen

Gebruiksnotities

Spellingvarianten

Alleen door de bron gecontroleerde varianten worden voorgesteld.

  • erwieder
  • erwiederen
  • erwieders
  • erwiedert
  • erwiedertem
  • erwiederten
  • erwiederter

Voorbeeldzinnen

  1. de Schoulmeeschter huet eis schéin erwiedert , wéi en eis beim Knäipen erwëscht huet!

    Betekenis: een uitbrander geven; uitschelden

Werkwoordvervoeging

Infinitief
erwiederen
Voltooid deelwoord
erwiedert
Hulpwerkwoord
hunn
Aantonende wijs · Tegenwoordige tijd
ech
erwiederen
du
erwieders
hien / hatt / si
erwiedert
mir
erwiederen
dir
erwiedert
si
erwiederen
Aantonende wijs · Voltooid tegenwoordige tijd
ech
hunn erwiedert
du
hues erwiedert
hien / hatt / si
huet erwiedert
mir
hunn erwiedert
dir
hutt erwiedert
si
hunn erwiedert
Aantonende wijs · Voltooid verleden tijd
ech
hat erwiedert
du
has erwiedert
hien / hatt / si
hat erwiedert
mir
haten erwiedert
dir
hat erwiedert
si
haten erwiedert
Voorwaardelijke wijs · Tegenwoordige tijd
ech
géif / géing erwiederen
du
géifs / géings erwiederen
hien / hatt / si
géif / géing erwiederen
mir
géifen / géingen erwiederen
dir
géift / géingt erwiederen
si
géifen / géingen erwiederen
Voorwaardelijke wijs · Verleden tijd
ech
hätt erwiedert
du
häss erwiedert
hien / hatt / si
hätt erwiedert
mir
hätten erwiedert
dir
hätt erwiedert
si
hätten erwiedert
Gebiedende wijs · Tegenwoordige tijd
du
erwieder!
dir
erwiedert!

Bron: ZLS / LOD · juli 2026 · CC0

→