Façade

Lëtzebuergesch
English
front [of a building]; facade [mask, pretence]
Français
façade [d'un bâtiment]; façade [apparence trompeuse]
Deutsch
Fassade [eines Gebäudes]; Fassade [trügerischer Anschein]
Woordsoort
SUBST F
Meervoud
Façaden

Uitspraak (IPA)

[fɑsˈaːt]

Spellingvarianten

Alleen door de bron gecontroleerde varianten worden voorgesteld.

  • Façade
  • Façaden

→