Fätzelchen

Lëtzebuergesch
English
cloth; scrap [of paper, of fabric]; to tear to shreds
Français
chiffon; bout de tissu; mettre en lambeaux
Deutsch
Lappen; Fetzen; zerfetzen
Woordsoort
SUBST F
Meervoud
Fätzelcher

Uitspraak (IPA)

[fˈætsəlɕən]

Spellingvarianten

Alleen door de bron gecontroleerde varianten worden voorgesteld.

  • Fätzelchen
  • Fätzelcher

→