fiselen
Lëtzebuergesch
- English
- to lose fluff; to drizzle
- Français
- boulocher; bruiner
- Deutsch
- fusseln; nieseln
- Woordsoort
- VRB
- Hulpwerkwoord
- hunn
- Voltooid deelwoord
- gefiselt
Uitspraak (IPA)
[fˈizələn]
Spellingvarianten
Alleen door de bron gecontroleerde varianten worden voorgesteld.
Werkwoordvervoeging
- Infinitief
- fiselen
- Voltooid deelwoord
- gefiselt
- Hulpwerkwoord
- hunn
Aantonende wijs · Tegenwoordige tijd
- hien / hatt / si
- fiselt
Aantonende wijs · Voltooid tegenwoordige tijd
- hien / hatt / si
- huet gefiselt
Aantonende wijs · Voltooid verleden tijd
- hien / hatt / si
- hat gefiselt
Voorwaardelijke wijs · Tegenwoordige tijd
- hien / hatt / si
- géif / géing fiselen
Voorwaardelijke wijs · Verleden tijd
- hien / hatt / si
- hätt gefiselt
Bron: ZLS / LOD · juli 2026 · CC0
→