Lëtzebuergesch
- English
- joint [between bones]; joint [mechanical]
- Français
- jointure [entre des os]; articulation [mécanique]
- Deutsch
- Gelenk [Körpergelenk]; Gelenk [Bauteil]
- Woordsoort
- SUBST N
- Meervoud
- Gelenker
[ɡəlˈæŋk]
Alleen door de bron gecontroleerde varianten worden voorgesteld.
ech hunn dacks meng Gelenker wéi
Betekenis 1: gewricht
déi zwou Staange si mat engem Gelenk verbonnen
Betekenis 2: koppeling; scharnier