happeren
Lëtzebuergesch
- English
- to be wanting; to be weak in
- Français
- manquer; marcher mal
- Deutsch
- hapern an; hapern
- Woordsoort
- VRB
- Hulpwerkwoord
- hunn
- Voltooid deelwoord
- gehappert
Uitspraak (IPA)
[hˈɑpəʀən]
Betekenissen en vertalingen
Betekenis 1
- Deutsch
- hapern an (fehlen)
- Français
- manquer (faire défaut)
- English
- to be lacking; to be wanting
- Português
- faltar; não haver
- Nederlands
- ontbreken aan; mankeren aan
Betekenis 2
spreektaal
- Deutsch
- hapern (nicht klappen)
- Français
- cafouiller; marcher mal
- English
- to be shaky in; to be weak in
- Português
- haver dificuldades; funcionar mal
- Nederlands
- niet goed gaan
Spellingvarianten
Alleen door de bron gecontroleerde varianten worden voorgesteld.
- gehappert
- happeren
- happeren un
- happert
Voorbeeldzinnen
Zäit, fir an d'Vakanz ze fueren, hätt ech, et happert just un de Suen!
Betekenis 1: ontbreken aan; mankeren aan
am Rechnen happert et bei him
spreektaal
Betekenis 2: niet goed gaan
Werkwoordvervoeging
- Infinitief
- happeren
- Voltooid deelwoord
- gehappert
- Hulpwerkwoord
- hunn
Aantonende wijs · Tegenwoordige tijd
- hien / hatt / si
- happert
Aantonende wijs · Voltooid tegenwoordige tijd
- hien / hatt / si
- huet gehappert
Aantonende wijs · Voltooid verleden tijd
- hien / hatt / si
- hat gehappert
Voorwaardelijke wijs · Tegenwoordige tijd
- hien / hatt / si
- géif / géing happeren
Voorwaardelijke wijs · Verleden tijd
- hien / hatt / si
- hätt gehappert
Bron: ZLS / LOD · juli 2026 · CC0
→