Kapazitéit

Lëtzebuergesch
English
capacity [size, magnitude]; potential; authority
Français
capacité [quantité, volume]; capacité [aptitude, potentiel]; référence [spécialiste reconnu]
Deutsch
Kapazität [Fassungsvermögen]; Potenzial; Kapazität [Koryphäe]
Woordsoort
SUBST F
Meervoud
Kapazitéiten

Uitspraak (IPA)

[kɑpɑtsitˈɜɪt]

Gebruiksnotities

Spellingvarianten

Alleen door de bron gecontroleerde varianten worden voorgesteld.

  • Kapazitéit
  • Kapazitéiten

→