kleng

Lëtzebuergesch
English
small; short; little; from an early age; less well off
Français
petit; dès le plus jeune âge
Deutsch
klein; von klein auf
Woordsoort
ADJ

Uitspraak (IPA)

[klæŋ]

Betekenissen en vertalingen

Betekenis 1

Deutsch
klein (in Maß, in Ausdehnung)
Français
petit (en dimensions, en taille)
English
small (in size)
Português
pequeno (em dimensões, em tamanho)
Nederlands
klein; kort (wat de maat betreft)

Betekenis 2

Deutsch
klein (von kurzer Dauer)
Français
petit (bref)
English
short (brief)
Português
pequeno (breve)
Nederlands
kort (van korte duur)

Betekenis 3

Deutsch
klein (jünger)
Français
petit (cadet)
English
little (younger)
Português
mais novo (com menos idade)
Nederlands
klein (jonger)

Betekenis 4

Deutsch
klein (sehr jung)
Français
petit (très jeune)
English
little (very young)
Português
pequeno (muito jovem)
Nederlands
klein (heel jong)

Betekenis 5

Deutsch
von klein auf
Français
depuis le plus jeune âge; dès le plus jeune âge
English
from an early age
Português
desde pequeno
Nederlands
van jongs af

Betekenis 6

Deutsch
klein (geringfügig, unbedeutend)
Français
petit (peu important, insignifiant)
English
small (minor, insignificant)
Português
pequeno (sem importância, insignificante)
Nederlands
klein (onbetekenend)

Betekenis 7

Deutsch
klein (unbemittelt, einfach)
Français
petit (économiquement faible)
English
poor; less well off
Português
pequeno (economicamente carente)
Nederlands
eenvoudig; onbemiddeld (kleine luiden)

Gebruiksnotities

Bijvoeglijke naamwoordsvormen

Bijvoeglijke naamwoordsvormen →
Bijvoeglijke naamwoordsvormenLëtzebuergesch
Stellende trap · Enkelvoud · Mannelijk · Nominatiefklengen
Stellende trap · Enkelvoud · Mannelijk · Accusatiefklengen
Stellende trap · Enkelvoud · Mannelijk · Datiefklengen
Stellende trap · Enkelvoud · Mannelijk · Genitiefklengen
Stellende trap · Enkelvoud · Vrouwelijk · Nominatiefkleng
Stellende trap · Enkelvoud · Vrouwelijk · Accusatiefkleng
Stellende trap · Enkelvoud · Vrouwelijk · Datiefklenger
Stellende trap · Enkelvoud · Vrouwelijk · Genitiefklenger
Stellende trap · Enkelvoud · Onzijdig · Nominatiefklengt
Stellende trap · Enkelvoud · Onzijdig · Accusatiefklengt
Stellende trap · Enkelvoud · Onzijdig · Datiefklengen
Stellende trap · Enkelvoud · Onzijdig · Genitiefklengen
Stellende trap · Meervoud · Alle geslachten · Nominatiefkleng
Stellende trap · Meervoud · Alle geslachten · Accusatiefkleng
Stellende trap · Meervoud · Alle geslachten · Datiefklengen
Stellende trap · Meervoud · Alle geslachten · Genitiefklenger
Overtreffende trap · Enkelvoud · Mannelijk · Nominatiefklengsten
Overtreffende trap · Enkelvoud · Mannelijk · Accusatiefklengsten
Overtreffende trap · Enkelvoud · Mannelijk · Datiefklengsten
Overtreffende trap · Enkelvoud · Mannelijk · Genitiefklengsten
Overtreffende trap · Enkelvoud · Vrouwelijk · Nominatiefklengst
Overtreffende trap · Enkelvoud · Vrouwelijk · Accusatiefklengst
Overtreffende trap · Enkelvoud · Vrouwelijk · Datiefklengster
Overtreffende trap · Enkelvoud · Vrouwelijk · Genitiefklengster
Overtreffende trap · Enkelvoud · Onzijdig · Nominatiefklengst
Overtreffende trap · Enkelvoud · Onzijdig · Accusatiefklengst
Overtreffende trap · Enkelvoud · Onzijdig · Datiefklengsten
Overtreffende trap · Enkelvoud · Onzijdig · Genitiefklengsten
Overtreffende trap · Meervoud · Alle geslachten · Nominatiefklengst
Overtreffende trap · Meervoud · Alle geslachten · Accusatiefklengst
Overtreffende trap · Meervoud · Alle geslachten · Datiefklengsten
Overtreffende trap · Meervoud · Alle geslachten · Genitiefklengster
Spellingvarianten

Alleen door de bron gecontroleerde varianten worden voorgesteld.

  • kleng
  • klengem
  • Klengen
  • klenger
  • klengst
  • klengstem
  • klengsten
  • klengster
  • Klengt
  • vu Klengem un

Voorbeeldzinnen

  1. si hunn an deem klengen Haus eng daierlech Existenz geféiert

    Betekenis 1: klein; kort

  2. de klenge Wee féiert laanscht d'Baach bei d'Millen

    Betekenis 1: klein; kort

  3. meng Schong si mer ze kleng

    Betekenis 1: klein; kort

  4. et soll just nuets um Chantier op der Autobunn geschafft ginn, fir den Impakt op den Trafick kleng ze halen

    Betekenis 1: klein; kort

  5. hutt Der et net méi kleng ?

    spreektaal

    Betekenis 1: klein; kort

  6. vill Studente ginn an hirer Vakanz schaffen, fir sech niewelaanscht eppes Klenges ze verdéngen

    Betekenis 1: klein; kort

  7. de Kach schneit d'Ënn kleng

    Betekenis 1: klein; kort

  8. dréi d'Heizung méi kleng !

    Betekenis 1: klein; kort

  9. no dräi Stonnen Aarbecht hu mir eng kleng Paus gemaach

    Betekenis 2: kort

  10. de Bouf passt op säi klenge Brudder op

    Betekenis 3: klein

  11. eist klengt Meedche ka scho bis zéng zielen

    Betekenis 4: klein

  12. du bass nach ze kleng , fir owes laang opzebleiwen!

    Betekenis 4: klein

  13. wann déi Grouss schwätzen, hunn déi Kleng de Mond ze halen!

    Betekenis 4: klein

  14. Kleng a Grouss ameséiert sech op der Schueberfouer

    Betekenis 4: klein

  15. si hunn eppes Klenges kritt

    spreektaal

    Betekenis 4: klein

  16. eist Klengt geet nach net an d'Schoul

    Betekenis 4: klein

  17. den Dachs a seng Kleng sëtzen an der Hiel

    Betekenis 4: klein

  18. si ass vu Klengem u musikalesch

    Betekenis 5: van jongs af

  19. si haten hir Hochzäit bis an dee klengsten Detail geplangt

    Betekenis 6: klein

  20. d'Geschäftsfra huet ganz kleng ugefaangen

    Betekenis 6: klein

  21. mir ginn eppes Klenges iessen

    spreektaal

    Betekenis 6: klein

  22. déi kleng Leit kënne sech dacks keng Vakanz leeschten

    Betekenis 7: eenvoudig; onbemiddeld

  23. kenns de déi kleng Leit net méi?

    spreektaal

    Betekenis 7: eenvoudig; onbemiddeld

Bron: ZLS / LOD · juli 2026 · CC0

→