Lëtzebuergesch
- English
- knot; minx
- Français
- nœud [enchevêtrement]; coquine
- Deutsch
- Knoten [verworren, verklebt]; Fratz
- Woordsoort
- SUBST F
- Meervoud
- Knätzelen
[knˈætsəl]
spreektaal
Alleen door de bron gecontroleerde varianten worden voorgesteld.
hatt kämmt sech d'Knätzelen aus den Hoer
Betekenis 1: klit
déi kleng Knätzel weess genee, wou de Schockela verstoppt ass
Betekenis 2: snotaap