krozelen

Lëtzebuergesch
English
to scribble; to doodle
Français
griffonner; gribouiller
Deutsch
kritzeln; schmieren
Woordsoort
VRB
Synoniem
kritzelen
Hulpwerkwoord
hunn
Voltooid deelwoord
gekrozelt

Uitspraak (IPA)

[kʀˈoːtsələn]

Betekenissen en vertalingen

Betekenis 1

Deutsch
kritzeln (schreiben)
Français
griffonner (écrire)
English
to scribble (to write)
Português
garatujar; rabiscar (escrever)
Nederlands
neerkrabbelen (haastig en slordig opschrijven)

Synoniemen

kritzelen

Betekenis 2

Deutsch
kritzeln (zeichnen)
Français
griffonner (dessiner)
English
to doodle (to sketch)
Português
garatujar (desenhar)
Nederlands
krabbelen (tekenen)

Betekenis 3

Deutsch
schmieren (nachlässig schreiben)
Français
griffonner; gribouiller (écrire)
English
to doodle (to scribble)
Português
rabiscar; garatujar (escrever)
Nederlands
kladden (slordig schrijven)

Synoniemen

kritzelen

Gebruiksnotities

Spellingvarianten

Alleen door de bron gecontroleerde varianten worden voorgesteld.

  • gekrozelt
  • gekrozeltem
  • gekrozelten
  • gekrozelter
  • krozel
  • krozelen
  • krozels
  • krozelt

Voorbeeldzinnen

  1. d'Journalistin huet séier e puer Zeilen an hiert Bichelche gekrozelt

    Betekenis 1: neerkrabbelen

  2. de Schüler huet net nogelauschtert an déi ganzen Zäit Männercher gekrozelt

    Betekenis 2: krabbelen

  3. hal op, esou ze krozelen !

    Betekenis 3: kladden

Werkwoordvervoeging

Infinitief
krozelen
Voltooid deelwoord
gekrozelt
Hulpwerkwoord
hunn
Aantonende wijs · Tegenwoordige tijd
ech
krozelen
du
krozels
hien / hatt / si
krozelt
mir
krozelen
dir
krozelt
si
krozelen
Aantonende wijs · Voltooid tegenwoordige tijd
ech
hu gekrozelt
du
hues gekrozelt
hien / hatt / si
huet gekrozelt
mir
hu gekrozelt
dir
hutt gekrozelt
si
hu gekrozelt
Aantonende wijs · Voltooid verleden tijd
ech
hat gekrozelt
du
has gekrozelt
hien / hatt / si
hat gekrozelt
mir
hate gekrozelt
dir
hat gekrozelt
si
hate gekrozelt
Voorwaardelijke wijs · Tegenwoordige tijd
ech
géif / géing krozelen
du
géifs / géings krozelen
hien / hatt / si
géif / géing krozelen
mir
géifen / géinge krozelen
dir
géift / géingt krozelen
si
géifen / géinge krozelen
Voorwaardelijke wijs · Verleden tijd
ech
hätt gekrozelt
du
häss gekrozelt
hien / hatt / si
hätt gekrozelt
mir
hätte gekrozelt
dir
hätt gekrozelt
si
hätte gekrozelt
Gebiedende wijs · Tegenwoordige tijd
du
krozel!
dir
krozelt!

Bron: ZLS / LOD · juli 2026 · CC0

→