Mäntelchen

Lëtzebuergesch
English
coat [garment]; tyre [bicycle]
Français
manteau; pneu [de bicyclette]
Deutsch
Mantel [Kleidungsstück]; Fahrradreifen
Woordsoort
SUBST M
Meervoud
Mäntelcher

Uitspraak (IPA)

[mˈæntəlɕən]

Spellingvarianten

Alleen door de bron gecontroleerde varianten worden voorgesteld.

  • Mäntelchen
  • Mäntelcher

→