Näischnotz

Lëtzebuergesch
English
crook; (little) rascal
Français
arnaqueur; vaurien
Deutsch
Betrüger; Schelm
Woordsoort
SUBST M
Meervoud
Näischnotzen
Synoniem
Näischtert

Uitspraak (IPA)

[nˈæːɪʃnots]

Betekenissen en vertalingen

Betekenis 1

Deutsch
Schlingel; Schelm
Français
coquin; polisson
English
(little) rascal
Português
traquina; gaiato
Nederlands
bengel

Synoniemen

Näischtert

Betekenis 2

Deutsch
Spitzbube; Gauner
Français
filou; arnaqueur
English
crook
Português
vigarista; trapaceiro
Nederlands
nietsnut (schurk)

Synoniemen

Spëtzbouf

Spellingvarianten

Alleen door de bron gecontroleerde varianten worden voorgesteld.

  • Näischnotz
  • Näischnotzen

Voorbeeldzinnen

  1. dee klengen Näischnotz huet der Bomi de Brëll verstoppt

    Betekenis 1: bengel

  2. deen Näischnotz huet mech schéin erageluecht!

    Betekenis 2: nietsnut

Bron: ZLS / LOD · juli 2026 · CC0

→