nolafen

Lëtzebuergesch
English
to run after
Français
suivre en courant; courir après
Deutsch
nachlaufen; nachsteigen
Woordsoort
VRB
Hulpwerkwoord
sinn
Voltooid deelwoord
nogelaf

Uitspraak (IPA)

[nˈoːlaːfən]

Betekenissen en vertalingen

Betekenis 1

Deutsch
nachlaufen (laufend folgen)
Français
suivre en courant
English
to run after
Português
correr atrás de; seguir a correr
Nederlands
(achter)nalopen (te voet volgen)

Betekenis 2

Deutsch
nachlaufen (sich hartnäckig bemühen um)
Français
courir après (essayer de convaincre)
English
to run after (trying to convince)
Português
andar atrás de (tentar convencer)
Nederlands
achter (iemand) aan zitten (om iets gedaan te krijgen)

Betekenis 3

Deutsch
nachstellen; nachsteigen (umwerben)
Français
courir après (chercher à séduire)
English
to run after (trying to seduce)
Português
andar atrás de (tentar conquistar amorosamente)
Nederlands
(hardnekkig blijven) nalopen (het hof maken)
Spellingvarianten

Alleen door de bron gecontroleerde varianten worden voorgesteld.

  • nogelaf
  • nolaaft
  • nolafen
  • noleefs
  • noleeft
  • nozelafen

Voorbeeldzinnen

  1. eisen Hond ass dem Bréifdréier bis op d'Strooss nogelaf

    Betekenis 1: (achter)nalopen

  2. déi Musek leeft mir no !

    spreektaal

    Betekenis 1: (achter)nalopen

  3. si sinn dem Typ jorelaang nogelaf , fir d'Bauplaz ze kréien

    Betekenis 2: achter (iemand) aan zitten

  4. ech hu meng Hëllef ugebueden, mee ech lafe kengem no

    Betekenis 2: achter (iemand) aan zitten

  5. hien ass der Fra en halleft Joer laang nogelaf , ier se endlech zesummekoumen

    Betekenis 3: (hardnekkig blijven) nalopen

Werkwoordvervoeging

Infinitief
nolafen
Voltooid deelwoord
nogelaf
Hulpwerkwoord
sinn
Aantonende wijs · Tegenwoordige tijd
ech
lafen no
du
leefs no
hien / hatt / si
leeft no
mir
lafen no
dir
laaft no
si
lafen no
Aantonende wijs · Voltooid tegenwoordige tijd
ech
sinn nogelaf
du
bass nogelaf
hien / hatt / si
ass nogelaf
mir
sinn nogelaf
dir
sidd nogelaf
si
sinn nogelaf
Aantonende wijs · Voltooid verleden tijd
ech
war nogelaf
du
waars nogelaf
hien / hatt / si
war nogelaf
mir
waren nogelaf
dir
waart nogelaf
si
waren nogelaf
Voorwaardelijke wijs · Tegenwoordige tijd
ech
géif / géing nolafen
du
géifs / géings nolafen
hien / hatt / si
géif / géing nolafen
mir
géifen / géingen nolafen
dir
géift / géingt nolafen
si
géifen / géingen nolafen
Voorwaardelijke wijs · Verleden tijd
ech
wier nogelaf
du
wiers nogelaf
hien / hatt / si
wier nogelaf
mir
wieren nogelaf
dir
wiert nogelaf
si
wieren nogelaf
Gebiedende wijs · Tegenwoordige tijd
du
laf no!
dir
laaft no!

Bron: ZLS / LOD · juli 2026 · CC0

→