ofbréckelen
Lëtzebuergesch
- English
- to come away
- Français
- s'effriter
- Deutsch
- abbröckeln
- Woordsoort
- VRB
- Hulpwerkwoord
- sinn
- Voltooid deelwoord
- ofgebréckelt
Uitspraak (IPA)
[ˈoːfbʀekələn]
Betekenissen en vertalingen
Betekenis 1
- Deutsch
- abbröckeln (sich lösen)
- Français
- s'effriter
- English
- to flake off; to come away
- Português
- desfazer-se (soltar-se)
- Nederlands
- afbrokkelen; afschilferen (loslaten)
Spellingvarianten
Alleen door de bron gecontroleerde varianten worden voorgesteld.
- of
- ofbréckelen
- ofbréckelt
- ofgebréckelt
- ofzebréckelen
Voorbeeldzinnen
den Email vum Dëppen ass ofgebréckelt
Betekenis: afbrokkelen; afschilferen
Werkwoordvervoeging
- Infinitief
- ofbréckelen
- Voltooid deelwoord
- ofgebréckelt
- Hulpwerkwoord
- sinn
Aantonende wijs · Tegenwoordige tijd
- hien / hatt / si
- bréckelt of
- si
- bréckelen of
Aantonende wijs · Voltooid tegenwoordige tijd
- hien / hatt / si
- ass ofgebréckelt
- si
- sinn ofgebréckelt
Aantonende wijs · Voltooid verleden tijd
- hien / hatt / si
- war ofgebréckelt
- si
- waren ofgebréckelt
Voorwaardelijke wijs · Tegenwoordige tijd
- hien / hatt / si
- géif / géing ofbréckelen
- si
- géifen / géingen ofbréckelen
Voorwaardelijke wijs · Verleden tijd
- hien / hatt / si
- wier ofgebréckelt
- si
- wieren ofgebréckelt
Bron: ZLS / LOD · juli 2026 · CC0
→