ofdeelen
Lëtzebuergesch
- English
- to partition
- Français
- subdiviser
- Deutsch
- abteilen
- Woordsoort
- VRB
- Hulpwerkwoord
- hunn
- Voltooid deelwoord
- ofgedeelt
Uitspraak (IPA)
[ˈoːfdeːlən]
Betekenissen en vertalingen
Betekenis 1
- Deutsch
- abteilen
- Français
- subdiviser (par des séparations)
- English
- to partition (a room)
- Português
- subdividir (por separações)
- Nederlands
- afschieten (van een belendende ruimte afzonderen)
Spellingvarianten
Alleen door de bron gecontroleerde varianten worden voorgesteld.
- ofdeelen
- ofdeels
- ofdeelt
- ofgedeelt
- ofgedeeltem
- ofgedeelten
- ofgedeelter
- ofzedeelen
Voorbeeldzinnen
eise Konferenzsall ka mat Pannoen ofgedeelt ginn
Betekenis: afschieten
Werkwoordvervoeging
- Infinitief
- ofdeelen
- Voltooid deelwoord
- ofgedeelt
- Hulpwerkwoord
- hunn
Aantonende wijs · Tegenwoordige tijd
- ech
- deelen of
- du
- deels of
- hien / hatt / si
- deelt of
- mir
- deelen of
- dir
- deelt of
- si
- deelen of
Aantonende wijs · Voltooid tegenwoordige tijd
- ech
- hunn ofgedeelt
- du
- hues ofgedeelt
- hien / hatt / si
- huet ofgedeelt
- mir
- hunn ofgedeelt
- dir
- hutt ofgedeelt
- si
- hunn ofgedeelt
Aantonende wijs · Voltooid verleden tijd
- ech
- hat ofgedeelt
- du
- has ofgedeelt
- hien / hatt / si
- hat ofgedeelt
- mir
- haten ofgedeelt
- dir
- hat ofgedeelt
- si
- haten ofgedeelt
Voorwaardelijke wijs · Tegenwoordige tijd
- ech
- géif / géing ofdeelen
- du
- géifs / géings ofdeelen
- hien / hatt / si
- géif / géing ofdeelen
- mir
- géifen / géingen ofdeelen
- dir
- géift / géingt ofdeelen
- si
- géifen / géingen ofdeelen
Voorwaardelijke wijs · Verleden tijd
- ech
- hätt ofgedeelt
- du
- häss ofgedeelt
- hien / hatt / si
- hätt ofgedeelt
- mir
- hätten ofgedeelt
- dir
- hätt ofgedeelt
- si
- hätten ofgedeelt
Gebiedende wijs · Tegenwoordige tijd
- du
- deel of!
- dir
- deelt of!
Bron: ZLS / LOD · juli 2026 · CC0
→