onfäeg

Lëtzebuergesch
English
to be incapable of; incompetent
Français
être incapable de; incapable
Deutsch
unfähig sein zu; unfähig
Woordsoort
ADJ
Synoniem
inkompetent; incapabel; incapabel sinn ze

Uitspraak (IPA)

[ˈonfɛːəɕ]

Betekenissen en vertalingen

Betekenis 1

Deutsch
unfähig sein zu
Français
être incapable de
English
to be unable to; to be incapable of
Português
ser incapaz de
Nederlands
niet in staat zijn om; niet kunnen

Synoniemen

incapabel sinn ze

Betekenis 2

Deutsch
unfähig (inkompetent)
Français
incapable (incompétent)
English
incompetent
Português
incapaz (incompetente)
Nederlands
onbekwaam (incompetent)

Synoniemen

incapabel · inkompetent

Gebruiksnotities

Bijvoeglijke naamwoordsvormen

Bijvoeglijke naamwoordsvormen →
Bijvoeglijke naamwoordsvormenLëtzebuergesch
Stellende trap · Enkelvoud · Mannelijk · Nominatiefonfäegen
Stellende trap · Enkelvoud · Mannelijk · Accusatiefonfäegen
Stellende trap · Enkelvoud · Mannelijk · Datiefonfäegen
Stellende trap · Enkelvoud · Mannelijk · Genitiefonfäegen
Stellende trap · Enkelvoud · Vrouwelijk · Nominatiefonfäeg
Stellende trap · Enkelvoud · Vrouwelijk · Accusatiefonfäeg
Stellende trap · Enkelvoud · Vrouwelijk · Datiefonfäeger
Stellende trap · Enkelvoud · Vrouwelijk · Genitiefonfäeger
Stellende trap · Enkelvoud · Onzijdig · Nominatiefonfäegt
Stellende trap · Enkelvoud · Onzijdig · Accusatiefonfäegt
Stellende trap · Enkelvoud · Onzijdig · Datiefonfäegen
Stellende trap · Enkelvoud · Onzijdig · Genitiefonfäegen
Stellende trap · Meervoud · Alle geslachten · Nominatiefonfäeg
Stellende trap · Meervoud · Alle geslachten · Accusatiefonfäeg
Stellende trap · Meervoud · Alle geslachten · Datiefonfäegen
Stellende trap · Meervoud · Alle geslachten · Genitiefonfäeger
Overtreffende trap · Enkelvoud · Mannelijk · Nominatiefonfäegsten
Overtreffende trap · Enkelvoud · Mannelijk · Accusatiefonfäegsten
Overtreffende trap · Enkelvoud · Mannelijk · Datiefonfäegsten
Overtreffende trap · Enkelvoud · Mannelijk · Genitiefonfäegsten
Overtreffende trap · Enkelvoud · Vrouwelijk · Nominatiefonfäegst
Overtreffende trap · Enkelvoud · Vrouwelijk · Accusatiefonfäegst
Overtreffende trap · Enkelvoud · Vrouwelijk · Datiefonfäegster
Overtreffende trap · Enkelvoud · Vrouwelijk · Genitiefonfäegster
Overtreffende trap · Enkelvoud · Onzijdig · Nominatiefonfäegst
Overtreffende trap · Enkelvoud · Onzijdig · Accusatiefonfäegst
Overtreffende trap · Enkelvoud · Onzijdig · Datiefonfäegsten
Overtreffende trap · Enkelvoud · Onzijdig · Genitiefonfäegsten
Overtreffende trap · Meervoud · Alle geslachten · Nominatiefonfäegst
Overtreffende trap · Meervoud · Alle geslachten · Accusatiefonfäegst
Overtreffende trap · Meervoud · Alle geslachten · Datiefonfäegsten
Overtreffende trap · Meervoud · Alle geslachten · Genitiefonfäegster
Spellingvarianten

Alleen door de bron gecontroleerde varianten worden voorgesteld.

  • onfäeg
  • onfäeg sinn ze
  • onfäegem
  • onfäegen
  • onfäeger
  • onfäegst
  • onfäegstem
  • onfäegsten
  • onfäegster
  • onfäegt

Voorbeeldzinnen

  1. vun elauter Freed war ech een Ament onfäeg , eppes ze soen

    Betekenis 1: niet in staat zijn om; niet kunnen

  2. dee Bouf ass onfäeg , zwou Minutte roueg an der Bänk ze sëtzen

    Betekenis 1: niet in staat zijn om; niet kunnen

  3. et schéngt, wéi wa mer et hei mat elauter onfäege Leit ze doen hätten

    Betekenis 2: onbekwaam

Bron: ZLS / LOD · juli 2026 · CC0

→