Origine

Lëtzebuergesch
English
origin [source of a product]; origins [ancestry]; origin [cause, source]
Français
provenance; racines; origine [(cause de) première apparition]
Deutsch
Herkunft; Wurzeln [Abstammung]; Ursprung
Woordsoort
SUBST F
Meervoud
Originnen

Uitspraak (IPA)

[oʀiʒˈin]

Spellingvarianten

Alleen door de bron gecontroleerde varianten worden voorgesteld.

  • Origine
  • Originnen

→