renkelen
Lëtzebuergesch
- English
- to steer
- Français
- manœuvrer; effectuer une manœuvre
- Deutsch
- lenken
- Woordsoort
- VRB
- Synoniem
- steieren
- Hulpwerkwoord
- hunn
- Voltooid deelwoord
- gerenkelt
Uitspraak (IPA)
[ʀˈæŋkələn]
Betekenissen en vertalingen
Betekenis 1
- Deutsch
- lenken (ein kleines Gefährt)
- Français
- manœuvrer (un petit véhicule)
- English
- to manoeuvre; to steer (a small vehicle)
- Português
- manobrar (um pequeno veículo)
- Nederlands
- sturen (een klein voertuig)
Synoniemen
steieren
Betekenis 2
- Deutsch
- lenken (steuern)
- Français
- manœuvrer; effectuer une manœuvre
- English
- to manoeuvre; to steer (a small vehicle)
- Português
- manobrar; efetuar uma manobra (com um veículo)
- Nederlands
- sturen
Synoniemen
steieren
Spellingvarianten
Alleen door de bron gecontroleerde varianten worden voorgesteld.
- gerenkelt
- gerenkeltem
- gerenkelten
- gerenkelter
- renkel
- renkelen
- renkels
- renkelt
Voorbeeldzinnen
dee Weenchen do kanns de nëmme mat den hënneschte Rieder renkelen
Betekenis 1: sturen
um Schlitt muss ee mat de Féiss renkelen
Betekenis 2: sturen
Werkwoordvervoeging
- Infinitief
- renkelen
- Voltooid deelwoord
- gerenkelt
- Hulpwerkwoord
- hunn
Aantonende wijs · Tegenwoordige tijd
- ech
- renkelen
- du
- renkels
- hien / hatt / si
- renkelt
- mir
- renkelen
- dir
- renkelt
- si
- renkelen
Aantonende wijs · Voltooid tegenwoordige tijd
- ech
- hu gerenkelt
- du
- hues gerenkelt
- hien / hatt / si
- huet gerenkelt
- mir
- hu gerenkelt
- dir
- hutt gerenkelt
- si
- hu gerenkelt
Aantonende wijs · Voltooid verleden tijd
- ech
- hat gerenkelt
- du
- has gerenkelt
- hien / hatt / si
- hat gerenkelt
- mir
- hate gerenkelt
- dir
- hat gerenkelt
- si
- hate gerenkelt
Voorwaardelijke wijs · Tegenwoordige tijd
- ech
- géif / géing renkelen
- du
- géifs / géings renkelen
- hien / hatt / si
- géif / géing renkelen
- mir
- géifen / géinge renkelen
- dir
- géift / géingt renkelen
- si
- géifen / géinge renkelen
Voorwaardelijke wijs · Verleden tijd
- ech
- hätt gerenkelt
- du
- häss gerenkelt
- hien / hatt / si
- hätt gerenkelt
- mir
- hätte gerenkelt
- dir
- hätt gerenkelt
- si
- hätte gerenkelt
Gebiedende wijs · Tegenwoordige tijd
- du
- renkel!
- dir
- renkelt!
Bron: ZLS / LOD · juli 2026 · CC0
→