rieden
Lëtzebuergesch
- English
- to speak; to talk; to spout
- Français
- discuter; parler; dégoiser
- Deutsch
- reden; von sich geben
- Woordsoort
- VRB
- Synoniem
- vu sech ginn; verzapen; schwätzen
- Hulpwerkwoord
- hunn
- Voltooid deelwoord
- geriet
Betekenissen en vertalingen
Betekenis 1
verouderd
- Deutsch
- reden (sprechen, sich unterhalten)
- Français
- parler; s'entretenir; discuter
- English
- to talk; to speak (to converse)
- Português
- falar; conversar
- Nederlands
- praten; spreken; gesprek
Synoniemen
schwätzen
Betekenis 2
- Deutsch
- reden (labern)
- Français
- parler (palabrer)
- English
- to talk (to prattle on)
- Português
- tagarelar; palrar
- Nederlands
- kletsen
Betekenis 3
spreektaal pejoratief
- Deutsch
- verzapfen; von sich geben
- Français
- débiter; dégoiser
- English
- to spout (nonsense)
- Português
- debitar; dizer
- Nederlands
- uitslaan (onzin, kletspraat)
Synoniemen
verzapen · vu sech ginn
Spellingvarianten
Alleen door de bron gecontroleerde varianten worden voorgesteld.
- geriet
- gerietem
- gerieten
- gerieter
- rieden
- riet
- riets
Voorbeeldzinnen
déi zwee Politiker stoungen nach laang beieneen ze rieden
verouderd
Betekenis 1: praten; spreken; gesprek
eise Buergermeeschter ka gutt rieden
verouderd
Betekenis 1: praten; spreken; gesprek
eise Jéngste ka scho rieden ewéi en Alen
verouderd
Betekenis 1: praten; spreken; gesprek
hie léisst net mat sech rieden
verouderd
Betekenis 1: praten; spreken; gesprek
hal op mat rieden a schaff emol eppes!
Betekenis 2: kletsen
wat riet deen do e Kabes!
spreektaalpejoratief
Betekenis 3: uitslaan
Werkwoordvervoeging
- Infinitief
- rieden
- Voltooid deelwoord
- geriet
- Hulpwerkwoord
- hunn
Aantonende wijs · Tegenwoordige tijd
- ech
- rieden
- du
- riets
- hien / hatt / si
- riet
- mir
- rieden
- dir
- riet
- si
- rieden
Aantonende wijs · Voltooid tegenwoordige tijd
- ech
- hu geriet
- du
- hues geriet
- hien / hatt / si
- huet geriet
- mir
- hu geriet
- dir
- hutt geriet
- si
- hu geriet
Aantonende wijs · Voltooid verleden tijd
- ech
- hat geriet
- du
- has geriet
- hien / hatt / si
- hat geriet
- mir
- hate geriet
- dir
- hat geriet
- si
- hate geriet
Voorwaardelijke wijs · Tegenwoordige tijd
- ech
- géif / géing rieden
- du
- géifs / géings rieden
- hien / hatt / si
- géif / géing rieden
- mir
- géifen / géinge rieden
- dir
- géift / géingt rieden
- si
- géifen / géinge rieden
Voorwaardelijke wijs · Verleden tijd
- ech
- hätt geriet
- du
- häss geriet
- hien / hatt / si
- hätt geriet
- mir
- hätte geriet
- dir
- hätt geriet
- si
- hätte geriet
Gebiedende wijs · Tegenwoordige tijd
- du
- riet!
- dir
- riet!
Bron: ZLS / LOD · juli 2026 · CC0
→