spreeden

Lëtzebuergesch
English
to spread
Français
épandre
Deutsch
streuen
Woordsoort
VRB
Hulpwerkwoord
hunn
Voltooid deelwoord
gespreet

Uitspraak (IPA)

[ʃpʀˈeːdən]

Betekenissen en vertalingen

Betekenis 1

Deutsch
streuen
Français
épandre (en dispersant)
English
to spread (to disperse)
Português
espalhar (cobrir dispersando)
Nederlands
spreiden (verspreiden)

Gebruiksnotities

Spellingvarianten

Alleen door de bron gecontroleerde varianten worden voorgesteld.

  • gespreet
  • gespreetem
  • gespreeten
  • gespreeter
  • spreeden
  • spreet
  • spreets

Voorbeeldzinnen

  1. de Bauer ass amgaang, Mëscht ze spreeden

    Betekenis: spreiden

Werkwoordvervoeging

Infinitief
spreeden
Voltooid deelwoord
gespreet
Hulpwerkwoord
hunn
Aantonende wijs · Tegenwoordige tijd
ech
spreeden
du
spreets
hien / hatt / si
spreet
mir
spreeden
dir
spreet
si
spreeden
Aantonende wijs · Voltooid tegenwoordige tijd
ech
hu gespreet
du
hues gespreet
hien / hatt / si
huet gespreet
mir
hu gespreet
dir
hutt gespreet
si
hu gespreet
Aantonende wijs · Voltooid verleden tijd
ech
hat gespreet
du
has gespreet
hien / hatt / si
hat gespreet
mir
hate gespreet
dir
hat gespreet
si
hate gespreet
Voorwaardelijke wijs · Tegenwoordige tijd
ech
géif / géing spreeden
du
géifs / géings spreeden
hien / hatt / si
géif / géing spreeden
mir
géifen / géinge spreeden
dir
géift / géingt spreeden
si
géifen / géinge spreeden
Voorwaardelijke wijs · Verleden tijd
ech
hätt gespreet
du
häss gespreet
hien / hatt / si
hätt gespreet
mir
hätte gespreet
dir
hätt gespreet
si
hätte gespreet
Gebiedende wijs · Tegenwoordige tijd
du
spreet!
dir
spreet!

Bron: ZLS / LOD · juli 2026 · CC0

→