trommen

Lëtzebuergesch
English
Français
Deutsch
Woordsoort
VRB
Hulpwerkwoord
hunn
Voltooid deelwoord
getrommt

Uitspraak (IPA)

[tʀˈomən]

Gebruiksnotities

Spellingvarianten

Alleen door de bron gecontroleerde varianten worden voorgesteld.

  • getrommt
  • tromm
  • trommen
  • tromms
  • trommt

Werkwoordvervoeging

Infinitief
trommen
Voltooid deelwoord
getrommt
Hulpwerkwoord
hunn
Aantonende wijs · Tegenwoordige tijd
ech
trommen
du
tromms
hien / hatt / si
trommt
mir
trommen
dir
trommt
si
trommen
Aantonende wijs · Voltooid tegenwoordige tijd
ech
hu getrommt
du
hues getrommt
hien / hatt / si
huet getrommt
mir
hu getrommt
dir
hutt getrommt
si
hu getrommt
Aantonende wijs · Voltooid verleden tijd
ech
hat getrommt
du
has getrommt
hien / hatt / si
hat getrommt
mir
hate getrommt
dir
hat getrommt
si
hate getrommt
Voorwaardelijke wijs · Tegenwoordige tijd
ech
géif / géing trommen
du
géifs / géings trommen
hien / hatt / si
géif / géing trommen
mir
géifen / géingen trommen
dir
géift / géingt trommen
si
géifen / géingen trommen
Voorwaardelijke wijs · Verleden tijd
ech
hätt getrommt
du
häss getrommt
hien / hatt / si
hätt getrommt
mir
hätte getrommt
dir
hätt getrommt
si
hätte getrommt
Gebiedende wijs · Tegenwoordige tijd
du
tromm!
dir
trommt!

Bron: ZLS / LOD · juli 2026 · CC0

→