ubrennen

Lëtzebuergesch
English
to burn
Français
brûler
Deutsch
anbrennen
Woordsoort
VRB
Hulpwerkwoord
sinn
Voltooid deelwoord
ugebrannt

Uitspraak (IPA)

[ˈubʀænən]

Betekenissen en vertalingen

Betekenis 1

Deutsch
anbrennen (beim Kochen)
Français
attacher; brûler (à la cuisson)
English
to burn (when cooking)
Português
pegar; queimar (durante a cozedura)
Nederlands
aanbranden (bij het koken)
Spellingvarianten

Alleen door de bron gecontroleerde varianten worden voorgesteld.

  • u
  • ubrennen
  • ubrennt
  • ugebrannt
  • unzebrennen

Voorbeeldzinnen

  1. looss d'Gromperen net erëm ubrennen !

    Betekenis: aanbranden

  2. an der Kiche richt et ugebrannt

    Betekenis: aanbranden

  3. dee léisst näischt ubrennen

    spreektaal

    Betekenis: aanbranden

Werkwoordvervoeging

Infinitief
ubrennen
Voltooid deelwoord
ugebrannt
Hulpwerkwoord
sinn
Aantonende wijs · Tegenwoordige tijd
hien / hatt / si
brennt un
si
brennen un
Aantonende wijs · Voltooid tegenwoordige tijd
hien / hatt / si
ass ugebrannt
si
sinn ugebrannt
Aantonende wijs · Voltooid verleden tijd
hien / hatt / si
war ugebrannt
si
waren ugebrannt
Voorwaardelijke wijs · Tegenwoordige tijd
hien / hatt / si
géif / géing ubrennen
si
géifen / géingen ubrennen
Voorwaardelijke wijs · Verleden tijd
hien / hatt / si
wier ugebrannt
si
wieren ugebrannt

Bron: ZLS / LOD · juli 2026 · CC0

→