ubrennen
Lëtzebuergesch
- English
- to burn
- Français
- brûler
- Deutsch
- anbrennen
- Woordsoort
- VRB
- Hulpwerkwoord
- sinn
- Voltooid deelwoord
- ugebrannt
Uitspraak (IPA)
[ˈubʀænən]
Betekenissen en vertalingen
Betekenis 1
- Deutsch
- anbrennen (beim Kochen)
- Français
- attacher; brûler (à la cuisson)
- English
- to burn (when cooking)
- Português
- pegar; queimar (durante a cozedura)
- Nederlands
- aanbranden (bij het koken)
Spellingvarianten
Alleen door de bron gecontroleerde varianten worden voorgesteld.
- u
- ubrennen
- ubrennt
- ugebrannt
- unzebrennen
Voorbeeldzinnen
looss d'Gromperen net erëm ubrennen !
Betekenis: aanbranden
an der Kiche richt et ugebrannt
Betekenis: aanbranden
dee léisst näischt ubrennen
spreektaal
Betekenis: aanbranden
Werkwoordvervoeging
- Infinitief
- ubrennen
- Voltooid deelwoord
- ugebrannt
- Hulpwerkwoord
- sinn
Aantonende wijs · Tegenwoordige tijd
- hien / hatt / si
- brennt un
- si
- brennen un
Aantonende wijs · Voltooid tegenwoordige tijd
- hien / hatt / si
- ass ugebrannt
- si
- sinn ugebrannt
Aantonende wijs · Voltooid verleden tijd
- hien / hatt / si
- war ugebrannt
- si
- waren ugebrannt
Voorwaardelijke wijs · Tegenwoordige tijd
- hien / hatt / si
- géif / géing ubrennen
- si
- géifen / géingen ubrennen
Voorwaardelijke wijs · Verleden tijd
- hien / hatt / si
- wier ugebrannt
- si
- wieren ugebrannt
Bron: ZLS / LOD · juli 2026 · CC0
→