Lëtzebuergesch
- English
- past [former times]; past tense
- Français
- passé [temps révolu]; passé [grammatical]
- Deutsch
- Vergangenheit [vergangene Zeiten]; Vergangenheit [in der Grammatik]
- Woordsoort
- SUBST F
[fɐɡˈaːŋənheːt]
Alleen door de bron gecontroleerde varianten worden voorgesteld.
an der Vergaangenheet si vill Leit um Blinddarm gestuerwen
Betekenis 1: verleden; vroeger tijden
dee Kärel huet eng kriminell Vergaangenheet
Betekenis 1: verleden; vroeger tijden
eeler Leit liewen dacks an der Vergaangenheet
Betekenis 1: verleden; vroeger tijden
komm, mer vergiessen d'Vergaangenheet a sinn erëm gutt mateneen!
Betekenis 1: verleden; vroeger tijden
d'Schüler hunn de ganzen Text missen an d'Vergaangenheet setzen
Betekenis 2: verleden tijd