verkabelen

Lëtzebuergesch
English
to connect
Français
connecter
Deutsch
verkabeln
Woordsoort
VRB
Hulpwerkwoord
hunn
Voltooid deelwoord
verkabelt

Uitspraak (IPA)

[fɐkˈaːbələn]

Betekenissen en vertalingen

Betekenis 1

Deutsch
verkabeln
Français
câbler; connecter (réaliser le câblage de; par câble(s))
English
to wire; to connect
Português
cablar; conectar (por cabo(s))
Nederlands
met kabels aansluiten; bekabelen

Gebruiksnotities

Spellingvarianten

Alleen door de bron gecontroleerde varianten worden voorgesteld.

  • verkabel
  • verkabelen
  • verkabels
  • verkabelt
  • verkabeltem
  • verkabelten
  • verkabelter

Voorbeeldzinnen

  1. d'Techniker sinn amgaang, déi verschidde Serveren ze verkabelen

    Betekenis: met kabels aansluiten; bekabelen

  2. fir d'Tester beim Kardiolog gouf ech ganz verkabelt

    spreektaal

    Betekenis: met kabels aansluiten; bekabelen

Werkwoordvervoeging

Infinitief
verkabelen
Voltooid deelwoord
verkabelt
Hulpwerkwoord
hunn
Aantonende wijs · Tegenwoordige tijd
ech
verkabelen
du
verkabels
hien / hatt / si
verkabelt
mir
verkabelen
dir
verkabelt
si
verkabelen
Aantonende wijs · Voltooid tegenwoordige tijd
ech
hu verkabelt
du
hues verkabelt
hien / hatt / si
huet verkabelt
mir
hu verkabelt
dir
hutt verkabelt
si
hu verkabelt
Aantonende wijs · Voltooid verleden tijd
ech
hat verkabelt
du
has verkabelt
hien / hatt / si
hat verkabelt
mir
hate verkabelt
dir
hat verkabelt
si
hate verkabelt
Voorwaardelijke wijs · Tegenwoordige tijd
ech
géif / géing verkabelen
du
géifs / géings verkabelen
hien / hatt / si
géif / géing verkabelen
mir
géifen / géinge verkabelen
dir
géift / géingt verkabelen
si
géifen / géinge verkabelen
Voorwaardelijke wijs · Verleden tijd
ech
hätt verkabelt
du
häss verkabelt
hien / hatt / si
hätt verkabelt
mir
hätte verkabelt
dir
hätt verkabelt
si
hätte verkabelt
Gebiedende wijs · Tegenwoordige tijd
du
verkabel!
dir
verkabelt!

Bron: ZLS / LOD · juli 2026 · CC0

→