vernetzen

Lëtzebuergesch
English
to connect (with)
Français
mettre en réseau
Deutsch
vernetzen (mit)
Woordsoort
VRB
Hulpwerkwoord
hunn
Voltooid deelwoord
vernetzt

Uitspraak (IPA)

[fɐnˈætsən]

Betekenissen en vertalingen

Betekenis 1

Deutsch
vernetzen (mit)
Français
mettre en réseau
English
to link (with); to connect (with) (in a network)
Português
ligar em rede; interligar
Nederlands
koppelen (met)

Gebruiksnotities

Spellingvarianten

Alleen door de bron gecontroleerde varianten worden voorgesteld.

  • vernetz
  • vernetzen
  • vernetzen (mat)
  • vernetzt
  • vernetztem
  • vernetzten
  • vernetzter

Voorbeeldzinnen

  1. kann een déi zwee Servicen net matenee vernetzen ?

    Betekenis: koppelen (met)

  2. et ass wichteg, Schoul a Beruffsmilieu wärend der Ausbildung besser (mateneen) ze vernetzen

    Betekenis: koppelen (met)

Werkwoordvervoeging

Infinitief
vernetzen
Voltooid deelwoord
vernetzt
Hulpwerkwoord
hunn
Aantonende wijs · Tegenwoordige tijd
ech
vernetzen
du
vernetz
hien / hatt / si
vernetzt
mir
vernetzen
dir
vernetzt
si
vernetzen
Aantonende wijs · Voltooid tegenwoordige tijd
ech
hu vernetzt
du
hues vernetzt
hien / hatt / si
huet vernetzt
mir
hu vernetzt
dir
hutt vernetzt
si
hu vernetzt
Aantonende wijs · Voltooid verleden tijd
ech
hat vernetzt
du
has vernetzt
hien / hatt / si
hat vernetzt
mir
hate vernetzt
dir
hat vernetzt
si
hate vernetzt
Voorwaardelijke wijs · Tegenwoordige tijd
ech
géif / géing vernetzen
du
géifs / géings vernetzen
hien / hatt / si
géif / géing vernetzen
mir
géifen / géinge vernetzen
dir
géift / géingt vernetzen
si
géifen / géinge vernetzen
Voorwaardelijke wijs · Verleden tijd
ech
hätt vernetzt
du
häss vernetzt
hien / hatt / si
hätt vernetzt
mir
hätte vernetzt
dir
hätt vernetzt
si
hätte vernetzt
Gebiedende wijs · Tegenwoordige tijd
du
vernetz!
dir
vernetzt!

Bron: ZLS / LOD · juli 2026 · CC0

→