verpassen

Lëtzebuergesch
English
to miss
Français
rater
Deutsch
verpassen
Woordsoort
VRB
Hulpwerkwoord
hunn
Voltooid deelwoord
verpasst

Uitspraak (IPA)

[fɐpˈɑsən]

Betekenissen en vertalingen

Betekenis 1

Deutsch
verpassen (wegen Verspätung)
Français
rater (pour cause de retard)
English
to miss (because one is late)
Português
perder (por não chegar a tempo)
Nederlands
missen (niet halen)

Betekenis 2

Deutsch
verpassen (nicht treffen, nicht begegnen)
Français
rater (ne pas rencontrer)
English
to miss (to fail to meet)
Português
não encontrar; desencontrar-se de
Nederlands
missen (niet treffen, niet ontmoeten)

Betekenis 3

Deutsch
verpassen (sich entgehen lassen)
Français
rater (une occasion, une opportunité)
English
to miss (an opportunity)
Português
perder (uma ocasião, uma oportunidade)
Nederlands
missen (voorbij laten gaan)

Gebruiksnotities

Spellingvarianten

Alleen door de bron gecontroleerde varianten worden voorgesteld.

  • verpass
  • verpassen
  • verpasst
  • verpasstem
  • verpassten
  • verpasster

Voorbeeldzinnen

  1. tommel dech, soss verpasse mer de leschte Metro!

    Betekenis 1: missen

  2. mir sollten eis op der Gare treffen, mee mir hunn eis verpasst

    Betekenis 2: missen

  3. hie verpasst keng Geleeënheet, fir sech wichteg ze maachen

    Betekenis 3: missen

Werkwoordvervoeging

Infinitief
verpassen
Voltooid deelwoord
verpasst
Hulpwerkwoord
hunn
Aantonende wijs · Tegenwoordige tijd
ech
verpassen
du
verpass
hien / hatt / si
verpasst
mir
verpassen
dir
verpasst
si
verpassen
Aantonende wijs · Voltooid tegenwoordige tijd
ech
hu verpasst
du
hues verpasst
hien / hatt / si
huet verpasst
mir
hu verpasst
dir
hutt verpasst
si
hu verpasst
Aantonende wijs · Voltooid verleden tijd
ech
hat verpasst
du
has verpasst
hien / hatt / si
hat verpasst
mir
hate verpasst
dir
hat verpasst
si
hate verpasst
Voorwaardelijke wijs · Tegenwoordige tijd
ech
géif / géing verpassen
du
géifs / géings verpassen
hien / hatt / si
géif / géing verpassen
mir
géifen / géinge verpassen
dir
géift / géingt verpassen
si
géifen / géinge verpassen
Voorwaardelijke wijs · Verleden tijd
ech
hätt verpasst
du
häss verpasst
hien / hatt / si
hätt verpasst
mir
hätte verpasst
dir
hätt verpasst
si
hätte verpasst
Gebiedende wijs · Tegenwoordige tijd
du
verpass!
dir
verpasst!

Bron: ZLS / LOD · juli 2026 · CC0

→