Weechen

Lëtzebuergesch
English
track; route [itinerary]; way [direction, sense]; way [method]
Français
sentier [voie de circulation] [voie de circulation]; trajet [itinéraire] [itinéraire]; sens [direction, orientation, position]; procédure [manière de procéder] [manière de procéder]
Deutsch
Weg [zum Begehen, zum Befahren]; Weg [Strecke]; Weise; Weg [Vorgehensweise]
Woordsoort
SUBST M
Meervoud
Weeërcher

Uitspraak (IPA)

[vˈeːɕən]

Spellingvarianten

Alleen door de bron gecontroleerde varianten worden voorgesteld.

  • Weechen
  • Weeërcher

→