Wochendag

Lëtzebuergesch
English
weekday
Français
jour ouvrable
Deutsch
Arbeitstag
Woordsoort
SUBST M
Meervoud
Wochendeeg

Uitspraak (IPA)

[vˈoχəndaːχ]

Betekenissen en vertalingen

Betekenis 1

Deutsch
Wochentag; Arbeitstag
Français
jour de la semaine; jour ouvrable
English
weekday
Português
dia da semana; dia útil
Nederlands
doordeweekse dag; weekdag
Spellingvarianten

Alleen door de bron gecontroleerde varianten worden voorgesteld.

  • Wochendag
  • Wochendeeg

Voorbeeldzinnen

  1. Chrëschtdag fält dëst Joer op e Wochendag

    Betekenis: doordeweekse dag; weekdag

Bron: ZLS / LOD · juli 2026 · CC0

→