Zaleetchen

Lëtzebuergesch
English
salad [plant]; salad [dish]
Français
salade [plante]; salade [plat]
Deutsch
Salat [Pflanze]; Salat [Gericht]
Woordsoort
SUBST F
Meervoud
Zaleetercher
Spellingvarianten

Alleen door de bron gecontroleerde varianten worden voorgesteld.

  • Zaleetchen
  • Zaleetercher

→