zammeren

Lëtzebuergesch
English
to carpenter
Français
menuiser
Deutsch
zimmern
Woordsoort
VRB
Hulpwerkwoord
hunn
Voltooid deelwoord
gezammert

Uitspraak (IPA)

[tsˈɑməʀən]

Betekenissen en vertalingen

Betekenis 1

Deutsch
zimmern
Français
charpenter; menuiser
English
to carpenter
Português
carpinteirar; fabricar (um objeto de madeira)
Nederlands
timmeren

Gebruiksnotities

Spellingvarianten

Alleen door de bron gecontroleerde varianten worden voorgesteld.

  • gezammert
  • gezammertem
  • gezammerten
  • gezammerter
  • zammer
  • zammeren
  • zammers
  • zammert

Voorbeeldzinnen

  1. de Schräiner huet eis eng nei Trap gezammert

    Betekenis: timmeren

  2. mäi Papp huet dës Regaler alleguer selwer gezammert

    Betekenis: timmeren

Werkwoordvervoeging

Infinitief
zammeren
Voltooid deelwoord
gezammert
Hulpwerkwoord
hunn
Aantonende wijs · Tegenwoordige tijd
ech
zammeren
du
zammers
hien / hatt / si
zammert
mir
zammeren
dir
zammert
si
zammeren
Aantonende wijs · Voltooid tegenwoordige tijd
ech
hu gezammert
du
hues gezammert
hien / hatt / si
huet gezammert
mir
hu gezammert
dir
hutt gezammert
si
hu gezammert
Aantonende wijs · Voltooid verleden tijd
ech
hat gezammert
du
has gezammert
hien / hatt / si
hat gezammert
mir
hate gezammert
dir
hat gezammert
si
hate gezammert
Voorwaardelijke wijs · Tegenwoordige tijd
ech
géif / géing zammeren
du
géifs / géings zammeren
hien / hatt / si
géif / géing zammeren
mir
géifen / géingen zammeren
dir
géift / géingt zammeren
si
géifen / géingen zammeren
Voorwaardelijke wijs · Verleden tijd
ech
hätt gezammert
du
häss gezammert
hien / hatt / si
hätt gezammert
mir
hätte gezammert
dir
hätt gezammert
si
hätte gezammert
Gebiedende wijs · Tegenwoordige tijd
du
zammer!
dir
zammert!

Bron: ZLS / LOD · juli 2026 · CC0

→