zappelen
Lëtzebuergesch
- English
- to flail about
- Français
- se trémousser
- Deutsch
- zappeln
- Woordsoort
- VRB
- Hulpwerkwoord
- hunn
- Voltooid deelwoord
- gezappelt
Uitspraak (IPA)
[tsˈɑpələn]
Betekenissen en vertalingen
Betekenis 1
- Deutsch
- zappeln
- Français
- gigoter; frétiller; se trémousser
- English
- to fidget; to wriggle; to flail about
- Português
- agitar-se; estrebuchar
- Nederlands
- spartelen; trappelen; wiebelen
Spellingvarianten
Alleen door de bron gecontroleerde varianten worden voorgesteld.
- gezappelt
- zappel
- zappelen
- zappels
- zappelt
Voorbeeldzinnen
hal op ze zappelen , dat mécht mech nervös!
Betekenis: spartelen; trappelen; wiebelen
d'Frell huet un der Aangel gezappelt
Betekenis: spartelen; trappelen; wiebelen
de Jury huet d'Kandidaten zappele gelooss
spreektaal
Betekenis: spartelen; trappelen; wiebelen
Werkwoordvervoeging
- Infinitief
- zappelen
- Voltooid deelwoord
- gezappelt
- Hulpwerkwoord
- hunn
Aantonende wijs · Tegenwoordige tijd
- ech
- zappelen
- du
- zappels
- hien / hatt / si
- zappelt
- mir
- zappelen
- dir
- zappelt
- si
- zappelen
Aantonende wijs · Voltooid tegenwoordige tijd
- ech
- hu gezappelt
- du
- hues gezappelt
- hien / hatt / si
- huet gezappelt
- mir
- hu gezappelt
- dir
- hutt gezappelt
- si
- hu gezappelt
Aantonende wijs · Voltooid verleden tijd
- ech
- hat gezappelt
- du
- has gezappelt
- hien / hatt / si
- hat gezappelt
- mir
- hate gezappelt
- dir
- hat gezappelt
- si
- hate gezappelt
Voorwaardelijke wijs · Tegenwoordige tijd
- ech
- géif / géing zappelen
- du
- géifs / géings zappelen
- hien / hatt / si
- géif / géing zappelen
- mir
- géifen / géingen zappelen
- dir
- géift / géingt zappelen
- si
- géifen / géingen zappelen
Voorwaardelijke wijs · Verleden tijd
- ech
- hätt gezappelt
- du
- häss gezappelt
- hien / hatt / si
- hätt gezappelt
- mir
- hätte gezappelt
- dir
- hätt gezappelt
- si
- hätte gezappelt
Gebiedende wijs · Tegenwoordige tijd
- du
- zappel!
- dir
- zappelt!
Bron: ZLS / LOD · juli 2026 · CC0
→