zoomen

Lëtzebuergesch
English
to zoom in
Français
photographier au zoom
Deutsch
zoomen
Woordsoort
VRB
Hulpwerkwoord
hunn
Voltooid deelwoord
gezoomt

Uitspraak (IPA)

[zˈuːmən]

Betekenissen en vertalingen

Betekenis 1

Deutsch
zoomen
Français
photographier au zoom
English
to zoom in
Português
fazer um zoom
Nederlands
zoomen (functie van een fototoestel)
Spellingvarianten

Alleen door de bron gecontroleerde varianten worden voorgesteld.

  • gezoomt
  • zoom
  • zoomen
  • zooms
  • zoomt

Voorbeeldzinnen

  1. mat mengem ale Fotoapparat konnt ech nach net zoomen

    Betekenis: zoomen

Werkwoordvervoeging

Infinitief
zoomen
Voltooid deelwoord
gezoomt
Hulpwerkwoord
hunn
Aantonende wijs · Tegenwoordige tijd
ech
zoomen
du
zooms
hien / hatt / si
zoomt
mir
zoomen
dir
zoomt
si
zoomen
Aantonende wijs · Voltooid tegenwoordige tijd
ech
hu gezoomt
du
hues gezoomt
hien / hatt / si
huet gezoomt
mir
hu gezoomt
dir
hutt gezoomt
si
hu gezoomt
Aantonende wijs · Voltooid verleden tijd
ech
hat gezoomt
du
has gezoomt
hien / hatt / si
hat gezoomt
mir
hate gezoomt
dir
hat gezoomt
si
hate gezoomt
Voorwaardelijke wijs · Tegenwoordige tijd
ech
géif / géing zoomen
du
géifs / géings zoomen
hien / hatt / si
géif / géing zoomen
mir
géifen / géingen zoomen
dir
géift / géingt zoomen
si
géifen / géingen zoomen
Voorwaardelijke wijs · Verleden tijd
ech
hätt gezoomt
du
häss gezoomt
hien / hatt / si
hätt gezoomt
mir
hätte gezoomt
dir
hätt gezoomt
si
hätte gezoomt
Gebiedende wijs · Tegenwoordige tijd
du
zoom!
dir
zoomt!

Bron: ZLS / LOD · juli 2026 · CC0

→