zoomen

Lëtzebuergesch
English
to Zoom
Français
faire du Zoom
Deutsch
zoomen
Woordsoort
VRB
Hulpwerkwoord
hunn
Voltooid deelwoord
gezoomt

Uitspraak (IPA)

[zˈuːmən]

Betekenissen en vertalingen

Betekenis 1

Deutsch
zoomen (über Zoom kommunizieren)
Français
faire du Zoom; faire une visioconférence (en utilisant Zoom)
English
to Zoom
Português
fazer uma videoconferência (usando Zoom)
Nederlands
zoomen (via Zoom communiceren)
Spellingvarianten

Alleen door de bron gecontroleerde varianten worden voorgesteld.

  • gezoomt
  • zoom
  • zoomen
  • zooms
  • zoomt

Voorbeeldzinnen

  1. am Homeoffice zoomen ech reegelméisseg mat mengen Aarbechtskolleegen

    Betekenis: zoomen

Werkwoordvervoeging

Infinitief
zoomen
Voltooid deelwoord
gezoomt
Hulpwerkwoord
hunn
Aantonende wijs · Tegenwoordige tijd
ech
zoomen
du
zooms
hien / hatt / si
zoomt
mir
zoomen
dir
zoomt
si
zoomen
Aantonende wijs · Voltooid tegenwoordige tijd
ech
hu gezoomt
du
hues gezoomt
hien / hatt / si
huet gezoomt
mir
hu gezoomt
dir
hutt gezoomt
si
hu gezoomt
Aantonende wijs · Voltooid verleden tijd
ech
hat gezoomt
du
has gezoomt
hien / hatt / si
hat gezoomt
mir
hate gezoomt
dir
hat gezoomt
si
hate gezoomt
Voorwaardelijke wijs · Tegenwoordige tijd
ech
géif / géing zoomen
du
géifs / géings zoomen
hien / hatt / si
géif / géing zoomen
mir
géifen / géingen zoomen
dir
géift / géingt zoomen
si
géifen / géingen zoomen
Voorwaardelijke wijs · Verleden tijd
ech
hätt gezoomt
du
häss gezoomt
hien / hatt / si
hätt gezoomt
mir
hätte gezoomt
dir
hätt gezoomt
si
hätte gezoomt
Gebiedende wijs · Tegenwoordige tijd
du
zoom!
dir
zoomt!

Bron: ZLS / LOD · juli 2026 · CC0

→