Winkelen – Lëtzebuergesch

Ontdek Luxemburgse woorden per thema, met vertalingen en uitspraak.

Lëtzebuergesch Nederlands
akafen inkopen; kopen; winkelen; boodschappen doen
Ausverkaf uitverkoop
bezuelen betalen
Braderie braderie
Buttek winkel; rommel; rotzooi; troep; ruzie; gespuis
Geschäft winkel; zaak; transactie; behoefte
Keess kassa
Maart markt
Präis prijs; prijs(je)
Präisschëld prijskaartje
uprobéieren (aan)passen; proberen
Weenchen handkar; winkelwagentje