Lëtzebuergesch
- English
- analogous; analogue
- Français
- analogue; analogique
- Deutsch
- gleichartig; analog
- Woordsoort
- ADJ
[ɑnɑlˈoːk]
| Bijvoeglijke naamwoordsvormen | Lëtzebuergesch |
|---|---|
| Stellende trap · Enkelvoud · Mannelijk · Nominatief | analogen |
| Stellende trap · Enkelvoud · Mannelijk · Accusatief | analogen |
| Stellende trap · Enkelvoud · Mannelijk · Datief | analogen |
| Stellende trap · Enkelvoud · Mannelijk · Genitief | analogen |
| Stellende trap · Enkelvoud · Vrouwelijk · Nominatief | analog |
| Stellende trap · Enkelvoud · Vrouwelijk · Accusatief | analog |
| Stellende trap · Enkelvoud · Vrouwelijk · Datief | analoger |
| Stellende trap · Enkelvoud · Vrouwelijk · Genitief | analoger |
| Stellende trap · Enkelvoud · Onzijdig · Nominatief | analoogt |
| Stellende trap · Enkelvoud · Onzijdig · Accusatief | analoogt |
| Stellende trap · Enkelvoud · Onzijdig · Datief | analogen |
| Stellende trap · Enkelvoud · Onzijdig · Genitief | analogen |
| Stellende trap · Meervoud · Alle geslachten · Nominatief | analog |
| Stellende trap · Meervoud · Alle geslachten · Accusatief | analog |
| Stellende trap · Meervoud · Alle geslachten · Datief | analogen |
| Stellende trap · Meervoud · Alle geslachten · Genitief | analoger |
Alleen door de bron gecontroleerde varianten worden voorgesteld.
mir hate schonn en analoge Fall
Betekenis 1: analoog; overeenkomstig; vergelijkbaar
verschidde Fuerscher sinn zu analoge Resultater komm
Betekenis 1: analoog; overeenkomstig; vergelijkbaar
déi zwou Geschichte sinn analog verlaf
Betekenis 1: analoog; overeenkomstig; vergelijkbaar
eng analog Auer weist d'Zäit mat Zären un
Betekenis 2: analoog